bewandelen

werkw.
Uitspraak:  [bə'wɑndələ(n)]
Vervoegingen:  bewandelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bewandeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

wandelen over (een pad of weg)
Voorbeeld:  `een druk bewandelde route`
gebaande paden bewandelen  (doen wat iedereen altijd al doet, niet iets nieuws proberen)
de gulden middenweg bewandelen  (niet iets extreems verlangen of doen)
de weg die je moet bewandelen om je doel te bereiken  (wat je moet doen om je doel te bereiken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
begaan belopen betreden bijhouden eerbiedigen gadeslaan gehoorzamen nakomen naleven observeren opvolgen respecteren

Spreekwoorden en zegswijzen
• de koninklijke weg bewandelen (=eerlijk zijn)
Naar de spreekwoorden

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Begaan 2) Belopen 3) Betreden 4) Bijhouden 5) Eerbiedigen 6) Gadeslaan 7) Gehoorzamen 8) Nakomen 9) Naleven 10) Observeren 11) Opvolgen 12) Respecteren 13) Trachten te...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `bewandelen`.