belopen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈlopə(n)]
Vervoegingen:  beliep (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft belopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) te voet afleggen
Voorbeeld:  `Ik kan die afstand niet belopen.`
van het belopen pad afwijken  (iets nieuws doen)

2) zoveel kosten
Voorbeeld:  `de schade beloopt honderden euro´s`
Synoniem:  bedragen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afleggen bedragen begaan betreden bewandelen

3 definities op Encyclo
  1. verzorgen, voorzien in.
  2. 1) Aanlopen 2) Afleggen 3) Bedragen 4) Begaan 5) Betreden 6) Bewandelen 7) Incurreren 8) Maken 9) Te voet afleggen 10) Uitmaken
  3. 1> HET KUNNEN BELOPEN: er in een rechte lijn naartoe kunnen varen. Gerlateerde term: bezeilen. 2> inhalen. Sneller varen dan de voorganger. Zie oplopen. In die zin eigenl...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
belopen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `belopen`.