de pit

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [pɪt]
Verbuigingen:  pit|ten (meerv.)

1) hard ding in een vrucht waaruit een nieuwe boom kan groeien biologie
Voorbeeld:  `sinaasappels zonder pit`

2) brander op een gasfornuis
Voorbeeld:  `tweepits gasstel`
iets op een laag pitje zetten  (weinig tijd en aandacht meer aan iets besteden)

3)
iemand waar pit in zit  (iemand die daadkracht en energie heeft)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
binnenste van een vrucht elan fut gloed kaarsenpit lemmet vlam vruchtenpit vuur

Spreekwoorden en zegswijzen
• ruwe bolster blanke pit (=ziet er sterk uit, maar heeft een goed hart)
• op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
• op de pit leunen (=zich laten voorzeggen (door toneelspelers))
Naar de spreekwoorden

21 definities op Encyclo
  1. zaadkorrel van een vrucht vb: in de sinaasappels zaten veel pitten ruwe bolster, blanke pit [zeg je van iemand die uiterlijk ruw is, maar toch gevoelig]
  2. Politieel Infiltratieteam.
  3. Afdeling op een Engelstalige optiebeurs waar met name opties en futures verhandeld worden ( > beleggen > algemene terminologie)
  4. De handelsvloer van een optie- of termijnbeurs. Bijvoorbeeld de pit van de CBOT (Chicago), of de LIFFE (Londen).
  5. Programmable Interval Timer
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pit:
pitbullpitbullsPitcairneesPitcairneilanderPitcairneilandsPitcairneilandsepitchpitchenpitcherpitchtpitchtepitchtenpitloospitspitstpitstepitstenpittepittenpittig
Toon alle woorden die beginnen met pit

Deze woorden eindigen op pit:
cockpitgaspitgepitgespitomgespitonderspithaarspitzonnebloempitsikkepitspit
Toon alle woorden die eindigen op pit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. pit (bij autoraces)
  2. pit (gegraven opening met water)
  3. pit (zaadkorrel, merg van bomen, kern)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `pit`.