de bevelhebber

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bəˈvɛlhɛbər]
Verbuigingen:  bevelhebber|s (meerv.)

aanvoerder van het leger
Voorbeeld:  `opperbevelhebber`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanvoer aanvoerder baas beheerser commandant gebie gebieder kapitein meester overste

5 definities op Encyclo
  1. commandant Jaar van herkomst: 1532-1537 (MNW )
  2. persoon die de leiding heeft bij politie of brandweer vb: hij is bevelhebber in het leger Synoniem: commandant
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: *...VOERDER, m. (-s). *...HEBSTER, *...VOERSTER, v. (-s). ~SCHAP, o. [geen meervoud] ~SSTAF, m. (...aven).
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Bevelhebber``] Ieder aanvoerder van een troepenkorps
  5. 1) Aanvoer 2) Aanvoerder 3) Aga 4) Baas 5) Beheerser 6) Bevelvoerder 7) Bewindhebber 8) Commandant 9) Commandant (m./v.) 10) Commodore 11) Emir 12) Gebieder 13) Gezagvoer...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bevelhebber:
bevelhebbers

Deze woorden eindigen op bevelhebber:
opperbevelhebber

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bevelhebber (commandant)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bevelhebber` kennen.