de aanvoer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['anvur]
Verbuigingen:  aanvoer|en (meerv.)

1) keer dat je iets aanvoert (2) of wat aangevoerd wordt
Voorbeelden:  `de aanvoer van vis`,
`Er is vandaag weinig aanvoer.`

2) buis waardoor een vloeistof of gas gaat
Voorbeeld:  `Er is vandaag weinig aanvoer.`
Antoniem:  afvoer

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bevelhebber commandant hoofd hoofdman kapitein lei toevoer

5 definities op Encyclo
  1. Alle goederen die een haven binnenkomen. Letterlijk betekent aanvoer `naar de bestemde plaats brengen`.
  2. Alle goederen die een haven binnenkomen. Letterlijk betekent aanvoer `naar de bestemde plaats brengen`.
  3. vervoer naar een bepaalde plaats vb: door de sneeuw was er in Moskou geen aanvoer van verse bloemen
  4. •het aanbrengen met een leiding of voertuig. •het aangevoerde. •voor aanvoer dienend.
  5. 1) Aanbrenging 2) Bevoorrading 3) Binnenleiding 4) Het aanvoeren 5) Het brengen 6) Leiding voor water 7) Levering 8) Toelevering 9) Toevoer
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met aanvoer:
aanvoerderaanvoerdersaanvoerenaanvoerhavensaanvoeringaanvoersteraanvoersters

Deze woorden eindigen op aanvoer:
wateraanvoer

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aanvoer`.