aankoppelen

werkw.
Uitspraak:  ['ankɔpələ(n)]
Vervoegingen:  koppelde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangekoppeld (volt.deelw.)

vastmaken aan
Voorbeelden:  `een aanhangwagen aankoppelen aan de auto`,
`een foutmelding dat de floppydrive niet aangekoppeld kan worden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhaken aanhangen vasthaken vastkoppelen

2 definities op Encyclo
  1. • vastkoppelen
  2. 1) Aanhaken 2) Aanhangen 3) Vasthaken 4) Vastkoppelen
Toon uitgebreidere definities