aankoppelen

werkw.
Uitspraak:  ['ankɔpələ(n)]
Afbreekpatroon:  aan·kop·pe·len
Vervoegingen:  koppelde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangekoppeld (volt.deelw.)

vastmaken aan
Voorbeelden:  `een aanhangwagen aankoppelen aan de auto`,
`een foutmelding dat de floppydrive niet aangekoppeld kan worden`


Synoniemen
aanhaken   aanhangen   vasthaken   vastkoppelen   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Aanhaken 2) Aanhangen 3) Vasthaken 4) Vastkoppelen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aankoppelen?
De verleden tijd van aankoppelen is 'koppelde aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft aangekoppeld'.
Wat betekent aankoppelen?
'vastmaken aan'
Hoe spel je aankoppelen?
aankoppelen spel je A A N K O P P E L E N
Wat is een ander woord voor aankoppelen?
Andere woorden voor aankoppelen zijn aanhaken, aanhangen, vasthaken en vastkoppelen.

Op andere websites
Zoek aankoppelen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aankoppelen op Google
Zoek aankoppelen op Woordenlijst.org
Zoek aankoppelen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aankoppelen op Wikipedia