ankeren

werkw.
Uitspraak:  ['ɑŋkərə(n)]
Vervoegingen:  ankerde (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) voor anker gaan
Vervoegingen:  heeft, is geankerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `buiten de vaargeul ankeren`
Synoniem:  afmeren

2) (een boot) aan een anker leggen
Vervoegingen:  heeft geankerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `de boot geankerd en vissen maar`
Synoniem:  vastleggen

3) met een anker (2) vastmaken
Vervoegingen:  heeft geankerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `geankerd kozijn vervangen`

© Kernerman Dictionaries.

8 definities op Encyclo
  1. Het proces om een stimulus aan een respons te koppelen, zodat door het voordoen van de stimulus, de respons (vaak een gemoedstoestand) actief wordt.
  2. het proces om een stimulus aan een respons te koppelen, zodat door het voordoen van de stimulus, de respons (vaak een gemoedstoestand) actief wordt.
  3. Poolanker Danforthanker Stokanker "Niet altijd, nog over al, vind den Zeeman Gelegentheyd van zijn Schip, met Touw, en Tros, aan Wal, of Kay vast te marren. Doorgaans moe...
  4. •het op een bepaalde plaats aan een anker blijven liggen van een schip.
  5. Voor anker gaan.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op ankeren:
flankerenfrankerenkankerenmankerenverkankerenverankeren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `ankeren`.