jureren

werkw.
Uitspraak:  [ʒy'rerə(n)]
Vervoegingen:  jureerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gejureerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bepalen wie de beste is bij een wedstrijd als lid van een jury (1)
Voorbeeld:  `Ze deed niet meer mee aan de kampioenschappen, maar ze heeft nog jaren gejureerd.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Beoordelen 2) Oordelen
  2. iets beoordelen als jury of jurylid
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jureren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `jureren`.