aanmanen

werkw.
Uitspraak:  ['anmanə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·ma·nen
Vervoegingen:  maande aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangemaand (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) officieel aan een verplichting herinneren
Voorbeeld:  `De Belastingdienst gaat mensen vaker aanmanen tot betaling.`

2) nadrukkelijk aansporen (iets te doen)
Voorbeeld:  `iemand tot kalmte aanmanen`
Synoniem:  manen


Synoniemen
aansporen   manen   sommeren   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Met nadruk aansporen 2) Manen 3) Aandringen op betaling 4) Sommeren 5) Aansporen 6) Oproepen
Toon uitgebreidere definities

Taaladvies
Is het iemand in betaling aanspreken of iemand tot betaling aanspreken als bedoeld wordt `iemand manen een rekening te betalen`? Zie In / tot betaling aanspreken

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanmanen?
De verleden tijd van aanmanen is 'maande aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft aangemaand'.
Wat betekent aanmanen?
'officieel aan een verplichting herinneren' en 'nadrukkelijk aansporen (iets te doen)'
Hoe spel je aanmanen?
aanmanen spel je A A N M A N E N
Wat is een ander woord voor aanmanen?
Andere woorden voor aanmanen zijn aansporen, manen en sommeren.

Op andere websites
Zoek aanmanen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aanmanen op Google
Zoek aanmanen op Woordenlijst.org
Zoek aanmanen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aanmanen op Wikipedia