blijken

werkw.
Uitspraak:  [ˈblɛikə(n)]
Vervoegingen:  bleek (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gebleken (volt.deelw.)

1) duidelijk worden
Voorbeelden:  `Ik laat mijn ergernis niet blijken.`,
`Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte onschuldig is.`

2) <duidelijk worden dat wat genoemd wordt waar is>
Voorbeeld:  `Ik blijk verkeerd ingelicht te zijn.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
duidelijk zijn uitkomen

Taaladvies
  1. Welk getal krijgt de persoonsvorm als het onderwerp een breukgetal is, zoals in: Twee derde van de studenten bleken/bleek de leerstof niet te beheersen? Zie Twee derde van de studenten bleken / bleek
  2. Een collega komt drijfnat binnen. Iemand roept: `Zo, het regent schijnbaar!` Moet schijnbaar hier niet blijkbaar zijn? Zie Schijnbaar / blijkbaar


3 definities op Encyclo
  • • [copl] uit iets duidelijk (geworden) zijn. • [modl] "~ te zijn" uit iets duidelijk (geworden) zijn.
  • wat je kunt merken, wat duidelijk is vb: de jongen bleek goed in wiskunde te zijn Tegenstellingen: lijken schijnen
  • aan den dag komen Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met blijken:
    blijkens

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    blijken (duidelijk worden)