Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vertel`

  1. het niet meer kunnen navertellen (=er aan sterven)
  2. iemand iets onder de roos vertellen (=iemand in het geheim iets meedelen)
  3. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  4. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  5. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)

39 betekenissen bevatten `vertel`

  1. je hart uitstorten (=aan iemand alles (in vertrouwen) vertellen)
  2. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  3. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  4. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  5. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  6. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  7. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  8. er geen doekjes om winden (=de waarheid onverbloemd vertellen)
  9. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  10. van praat komt praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  11. klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
  12. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  13. te biechte gaan (=gaan vertellen (wat je eigenlijk niet mag vertellen))
  14. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  15. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  16. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  17. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  18. je hart luchten (=iemand over je problemen vertellen)
  19. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  20. iemand uit de droom helpen (=iemand vertellen hoe het écht in elkaar zit)
  21. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)
  22. iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
  23. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  24. uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
  25. met iets op de proppen komen (=iets vertellen, ermee voor de dag komen)
  26. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  27. uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
  28. Je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=Ik hoef je niet alles te vertellen.)
  29. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  30. iemands naam door de slijk halen (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  31. iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  32. uien tappen (=moppen vertellen)
  33. een slag om de arm houden (=niet direct alles vertellen of voorzichtig zijn om toekomstige problemen voor te zijn)
  34. het zijn niet de slechtste vruchten waaraan de wespen knagen (=over de goede mensen worden vaak onaardige dingen verteld)
  35. met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  36. onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
  37. de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebeuren moet)
  38. iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  39. voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)

Het dialectenwoordenboek kent 91 spreekwoorden met `vertel`

  1. Kortenbergs: kakkemoikes vertelle (=blaasjes wijsmaken)
  2. Erps: eu vertelchelken vertellen (=iets voorlezen uit een kinderboek)
  3. Westfries: je kenne 't mooi vertelle (=maak dát de kat wijs!)
  4. Wetters: est nie gebeurd, tkan gebeuren (=als iemand een ongeloofwaardig verhaal vertelt)
  5. Sint-Niklaas: 't is ne zeverjeir (=iemand die flauwe praat vertelt)
  6. Bilzers: Lot dich 'n kraun sjaere! (=Wat jij vertelt is pure onzin!)
  7. Westerkwartiers: hij preekt 'n heul aander evangelie (=hij vertelt een heel andere waarheid)
  8. Kortemarks: zn gat en ze muule zyn broer en zustre (=wat hij vertelt trekt op niets)
  9. Lopiks: lekker flauw zijn (=een goede grap vertellen)
  10. Turnhouts: aai mokt em bleuskes waais (=iemand onzin/leugens vertellen)
  11. Mols: liege dagge zwet zie (=grove leugens vertellen)
  12. Rijsoords: Dat zek ie vertelle (=Dat zal ik je zeggen)
  13. Waregems: vertellinge mee feel vijv'n en zess'n (=verhaal met veel nutteloze details)
  14. Oudenbosch: iets van de naold tot d n draot vertelle (=iets helemaal uitleggen)
  15. Westerkwartiers: hij is zo dicht as 'n pot (=hij vertelt echt niets)
  16. Bilzers: Lot dich 'n kraun sjaere! (=Jij vertelt onzin!)
  17. Epens: gank dich de moel ùs sjpeule (=je vertelt onzin)
  18. Kinrooi: Es te de waorheid vertèls hoofs te gein leuges te ónthaoje! (=Wanneer je de waarheid vertelt hoef je geen leugens te onthouden!)
  19. Westerkwartiers: hij vertelde 't ien geur'n en kleur'n (=hij vertelde het uitbeeldend)
  20. Weerts: wat 'n kwâkboks (=iemand die onzin vertelt)
  21. Genneps: Ge ku.nt me d'n hak fiejoole (=Je kunt me nog meer vertellen)
  22. Giethoorns: As ik dit en as ik dat.Ase is verbraande turf (=Je kunt me nog meer vertellen)
  23. Westerkwartiers: hij het nog wat op 'e lever (=hij heeft nog ietrs te vertellen)
  24. Lummens: seg mtske, ich mot oche eit zegge (=zeg meisje ik moet u iets vertellen)
  25. Tilburgs: teegen oe gezeej èn gezwêege (=tegen jou in vertrouwen verteld)
  26. Hamonter: Ge ziet er een poews oan un`t lulle. (=Je vertelt onzin.)
  27. Helmonds: Ge moet me nie in mun kroam skijte vur ik heb oitgepakt! (=Je moet me niet in de rede vallen voordat ik alles heb verteld)
  28. Vlijtingens: Zèvere (=Onzin vertellen)
  29. Munsterbilzen - Minsters: aste daud bès, wiët iedereen get van dich (=een vriend is iemand die tijdens je leven je vertelt, wat anderen na je dood van je weten te vertellen)
  30. Harelbeeks: Ie sloa doa weere 'n twadde eut zyn bott'n (=Hij verteld weer pietpraat)
  31. Munsterbilzen - Minsters: zing èssen aander lidsje (=vertel eens wat anders)
  32. wijlres: went ich dich gelóch en 't bèd verkóch loog ich mit de vót in 't sjtruuje. (=iemand vertelt een ongeloofwaardig verhaal)
  33. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  34. Westerkwartiers: hij proat zien mond veurbij (=hij vertelt door wat geheim moest blijven)
  35. Opglabbeeks: lüt op, doa zitte duuve op taak (=let op wat je vertelt, er zitten kinderen bij)
  36. Munsterbilzen - Minsters: man en pieëd nieme (=naam en toenaam vertellen)
  37. Sint-Niklaas: lullen, zeveren (=flauwe praat vertellen)
  38. Kortenbergs: ni zieverre (=geen onzin vertellen)
  39. Bilzers: men naoës iëk (=ik hoor hier leugens vertellen)
  40. Bilzers: zaumér get aut zen botte slon (=zomaar iets vertellen)
  41. Nieuwerkerks: erg van tong zen (=roddel over iemand vertellen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: geen dikskes trum draeë (=open en bloot vertellen)
  43. Westfries: Teute as 'n jonge moid (=Onzin vertellen)
  44. turnhouts: iet oit oew kloewte sloage (=onzin vertellen)
  45. Munsterbilzen - Minsters: get aut zen kloete howe (sloën) (=onzin vertellen)
  46. Tongers: drèed dat pleutje nouw mèr eum. (=vertel nu eens wat anders)
  47. Giethoorns: Proten as een metworst waor et vet is uut-eleupen (=Een humorlozeverteller-die oud nieuws verteld)
  48. Antwerps: 'k mag doedvalle aklieg (=de waarheid vertellen)
  49. Mestreechs: op hawwe met drum dreije (=eindelijk de waarheid vertellen)
  50. turnhouts: iemaand bleuskes waaismoake (=iemand onzin/leugens vertellen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen