Spreekwoorden met `vaartje`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `vaartje`

  1. een aardje naar zijn vaartje (=het karakter van zijn vader hebben)

9 dialectgezegden bevatten `vaartje`

  1. 't Ès den aaë gekots ên gesjiëte (=Een aartje naar zijn vaartje) (Bilzers)
  2. dae hèt et van gene vrëmde (=hij heeft een aardje naar zijn vaartje) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. dae kümp autte zelfde stal (=hij heeft een aartje naar zijn vaartje) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. Den oawet nao genne vrimden hemmen. (=Een aardje naar z’n vaartje hebben.) (Balens)
  5. Den owet na zene awe (=een aardje naar zijn vaartje) (Mols)
  6. een arken nar zèen varken / een oarken nar zèen voarken (=een aardje naar zijn vaartje) (Wichels)
  7. een orken nor zé vorken (=een aardje naar zijn vaartje) (Meers)
  8. pot wie dèkkel (=Aardje naar zijn vaartje) (Genneps)
  9. t bloed krüp bau t nie gon kan (=een aardje naar zijn vaartje) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen