Spreekwoorden met `uz`

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uz`

  1. de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
  2. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  3. er muziek in zitten (=er veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  4. er zit muziek in (=het is veelbelovend)
  5. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)

49 betekenissen bevatten `uz`

  1. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  2. keur baart angst. (=bang zijn om niet de goede keuze te maken door een teveel aan opties)
  3. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  4. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  5. lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
  6. daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
  7. daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
  8. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  9. het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
  10. de plooien glad strijken (=de ruzie bijleggen)
  11. het vuur aanblazen (=de ruzie erger maken)
  12. de hel breekt los (=de ruzie is begonnen.)
  13. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
  14. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  15. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  16. donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
  17. een hardloper van luie Kees (=een treuzelaar)
  18. het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=een verkeerde keuze maken)
  19. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  20. het zal daar kluizen (=er zal hevige ruzie zijn)
  21. het zal er stinken/waaien (=er zal hevige ruzie zijn)
  22. op voet van oorlog zijn/leven (=erge ruzie hebben)
  23. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  24. niemand genoemd, niemand gelasterd. (=het vermijden van het noemen van namen voorkomt onnodige ruzie)
  25. voor het blok zetten (=iemand onverwacht in een lastige positie brengen; bijvoorbeeld iemand dwingen te reageren die dat eigenlijk niet wil, of iemand dwingen een keuze te maken.<>)
  26. bloot slaat dood (=iemand voor het blok zetten: iemand dwingen een keuze te maken)
  27. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  28. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  29. je kan niet de kool en de geit sparen (=je moet keuzes maken)
  30. twist verkwist. (=je schiet niets op met ruzie maken)
  31. vliegt de blauwvoet storm op zee (=leuze van de Vlaamse nationalisten (ontleend aan Conscience))
  32. kiezen of delen/kavelen (=maak uw keuze!)
  33. op gespannen voet (zijn) (=moeilijk met elkaar omgaan, ruzie)
  34. geliefdes kijven doet liefde bedrijven. (=na een ruzie tussen geliefden volgt liefde)
  35. te kust en te keur (=naar keuze)
  36. twisten om des keizers baard (=om kleinigheden ruzie maken)
  37. over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)
  38. het aan de stok hebben (=ruzie hebben)
  39. elkaar in de haren vliegen (=ruzie maken)
  40. overhoop liggen (=ruzie met elkaar hebben)
  41. het met iemand aan de stok hebben/krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
  42. woorden hebben (=ruzie of enigheid hebben)
  43. met iemand in aanvaring komen (=ruzie of problemen met iemand krijgen)
  44. tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken)
  45. schoon schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)
  46. korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
  47. het is Joris en Trijn (=ze wisselen ruzie en grote liefde voortdurend af)
  48. de weg kwijt zijn (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken)
  49. in der minne schikken (=zonder verder geruzie bijleggen)

Eén dialectgezegde bevat `uz`

  1. dat kult um nog uz (=dat gaat eens mis) (Genneps)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen