Spreekwoorden met `uis`

Zoek


126 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uis`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  3. als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
  4. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  5. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  6. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  7. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  8. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  9. beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
  10. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  11. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  12. dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  13. dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
  14. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  15. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  16. de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  17. de degens kruisen (=de strijd aangaan)
  18. de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
  19. de handen thuis houden (=niet aanraken)
  20. de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
  21. de schop afkuisen (=stoppen met het werk)
  22. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  23. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  24. een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  25. een goede gevel versiert het huis. (=gezegd over mensen met een grote neus)
  26. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  27. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  28. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  29. een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
  30. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  31. een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
  32. een verdieping op zijn huis zetten (=hypotheek nemen)
  33. een vuist maken (=krachtig opstellen)
  34. een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  35. elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  36. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  37. er een kruisje bij zetten (=er attent op maken)
  38. er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
  39. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  40. er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
  41. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
  42. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  43. gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
  44. genoeg voor een heel weeshuis. (=als je ergens heel veel van hebt)
  45. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  46. het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
  47. het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
  48. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  49. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  50. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)

91 betekenissen bevatten `uis`

  1. over de drempel komen (=aan huis komen)
  2. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  3. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  4. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  5. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  6. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  7. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  8. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  9. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
  10. de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
  11. de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
  12. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  13. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  14. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  15. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  16. met een nat zeil thuiskomen (=dronken thuiskomen)
  17. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  18. een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
  19. een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
  20. huishouden van Kea (=een rommelig huishouden)
  21. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  22. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
  23. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
  24. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  25. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  26. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  27. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  28. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  29. de oren spitsen (=goed luisteren)
  30. de oren scherpen (=goed luisteren)
  31. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  32. geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
  33. er klopt geen hout van (=het is geheel onjuist)
  34. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)
  35. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  36. er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
  37. er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
  38. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  39. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  40. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  41. iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
  42. iemand naar het peperland zenden (=iemand ver van huis sturen)
  43. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  44. in het ootje (=influisteren)
  45. je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
  46. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  47. het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  48. het oor lenen (=luisteren)
  49. te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
  50. met een half oor (=maar half luisterend)

16 dialectgezegden bevatten `uis`

  1. 't is kjirremes'in uis (=ruzie in het huishouden) (Kaprijks)
  2. ’t és skuë gerief mur ge meug ‘et nie in uis émmen (='t is een mooie vrouw, maar je mag ze niet in huis hebben (smalend gezegd door mannen over een vrouw, )) (Meers)
  3. as de kat van uis es, dausen de muizen (=als de kat van huis is dansen de muizen) (Meers)
  4. d'r es giën uis mee 't aug'n / aag'n (=je kan er niet mee samenwerken) (Wichels)
  5. da uis is onderkommen (=dat huis is vervallen) (Sint-Niklaas)
  6. da zé kosten op ' t steirf uis (=nutteloze, overbodige uitgaven doen) (Sint-Niklaas)
  7. das zo vast as un uis (=dat is zeker zo) (Oudenbosch)
  8. den boer ging nor uis en de stroatjongens kwammun boogoarden (bunderen) (=de boer ging naar huis en de straatjongens kwamen fruit stelen) (Sint-Niklaas)
  9. den duvel in uis droeën (=een mes op tafel doen ronddraaien) (Meers)
  10. er een aaman uis van moaken (=iets lang laten duren) (Sint-Niklaas)
  11. ge moet er geen aaman uis van moaken hé (=kan het niet een beetje rapper?) (Sint-Niklaas)
  12. gô mor nor uis ô moeder é viskes gebakken (=maak dat je weg komt) (Sint-Niklaas)
  13. meejem waar wir gin uis thouwe (=hij is weer erg vervelend geweest) (Oudenbosch)
  14. t'e doar gjien uis mee t'ouen mee den diejn (=hij is onuitstaanbaar) (Lochristis)
  15. ut uis is onder de kap (=het huis is klaar t / m het dak) (Oudenbosch)
  16. wies uis is da? (=van wie is dat huis?) (Sint-Niklaas)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen