126 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uis`
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
- als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
- als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
- als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
- als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
- andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
- beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
- bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
- dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
- dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
- dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
- dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
- de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
- de degens kruisen (=de strijd aangaan)
- de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
- de handen thuis houden (=niet aanraken)
- de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
- de schop afkuisen (=stoppen met het werk)
- door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
- een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
- een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
- een goede gevel versiert het huis. (=gezegd over mensen met een grote neus)
- een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
- een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
- een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
- een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
- een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
- een verdieping op zijn huis zetten (=hypotheek nemen)
- een vuist maken (=krachtig opstellen)
- een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
- er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
- er een kruisje bij zetten (=er attent op maken)
- er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
- er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
- er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
- ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
- ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
- gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
- genoeg voor een heel weeshuis. (=als je ergens heel veel van hebt)
- het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
- het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
- het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
- het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
- het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
- het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
91 betekenissen bevatten `uis`
- over de drempel komen (=aan huis komen)
- het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
- aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
- als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
- wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
- met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
- de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
- de haan is de baas als de hen niet thuis is. (=de vrouw is de baas in huis, ook al vindt de man van niet)
- thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
- goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
- recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
- een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
- met een nat zeil thuiskomen (=dronken thuiskomen)
- een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
- een huis met zilveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
- een Egyptische duisternis (=een inktzwarte duisternis)
- huishouden van Kea (=een rommelig huishouden)
- een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
- de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
- er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
- het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
- een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
- geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- de oren spitsen (=goed luisteren)
- de oren scherpen (=goed luisteren)
- met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
- geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
- er klopt geen hout van (=het is geheel onjuist)
- zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)
- eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
- er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
- er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
- een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
- iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
- iemand naar het peperland zenden (=iemand ver van huis sturen)
- geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
- in het ootje (=influisteren)
- je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
- `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
- het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
- het oor lenen (=luisteren)
- te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
- met een half oor (=maar half luisterend)
16 dialectgezegden bevatten `uis`
- 't is kjirremes'in uis (=ruzie in het huishouden) (Kaprijks)
- ’t és skuë gerief mur ge meug ‘et nie in uis émmen (='t is een mooie vrouw, maar je mag ze niet in huis hebben (smalend gezegd door mannen over een vrouw, )) (Meers)
- as de kat van uis es, dausen de muizen (=als de kat van huis is dansen de muizen) (Meers)
- d'r es giën uis mee 't aug'n / aag'n (=je kan er niet mee samenwerken) (Wichels)
- da uis is onderkommen (=dat huis is vervallen) (Sint-Niklaas)
- da zé kosten op ' t steirf uis (=nutteloze, overbodige uitgaven doen) (Sint-Niklaas)
- das zo vast as un uis (=dat is zeker zo) (Oudenbosch)
- den boer ging nor uis en de stroatjongens kwammun boogoarden (bunderen) (=de boer ging naar huis en de straatjongens kwamen fruit stelen) (Sint-Niklaas)
- den duvel in uis droeën (=een mes op tafel doen ronddraaien) (Meers)
- er een aaman uis van moaken (=iets lang laten duren) (Sint-Niklaas)
- ge moet er geen aaman uis van moaken hé (=kan het niet een beetje rapper?) (Sint-Niklaas)
- gô mor nor uis ô moeder é viskes gebakken (=maak dat je weg komt) (Sint-Niklaas)
- meejem waar wir gin uis thouwe (=hij is weer erg vervelend geweest) (Oudenbosch)
- t'e doar gjien uis mee t'ouen mee den diejn (=hij is onuitstaanbaar) (Lochristis)
- ut uis is onder de kap (=het huis is klaar t / m het dak) (Oudenbosch)
- wies uis is da? (=van wie is dat huis?) (Sint-Niklaas)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen