Spreekwoorden met `tv`

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tv`

  1. aan de ene voet een schoen, de ander blootvoets (=evenwicht is voornaamst)
  2. botten blijven platvis (=als je dom bent dan blijf je dat)
  3. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=dat is ernstiger dan het lijkt)
  4. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  5. een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt)
  6. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  7. geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
  8. gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
  9. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  10. het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen)
  11. hij droomt van schol maar eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  12. iemand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
  13. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  14. ik maak een platvis van je (=iemand dreigen in elkaar te slaan)
  15. met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
  16. platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
  17. schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)

44 betekenissen bevatten `tv`

  1. in de ijskast zetten (=(tijdelijk) niet uitvoeren)
  2. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  3. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  4. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  5. op je poot spelen (=boos uitvallen)
  6. het ruime sop kiezen (=de haven uitvaren)
  7. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  8. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  9. in goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
  10. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  11. er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  12. met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
  13. vuur en vlam spuwen (=erg hevig uitvaren)
  14. door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
  15. de fiolen van zijn toorn uitstorten (=heftig uitvaren)
  16. de aap binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
  17. het is volle bak (=het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen)
  18. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  19. iemand om een boodschap sturen (=iemand een opdracht laten uitvoeren)
  20. iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
  21. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
  22. iemand belet geven (=iemand niet ontvangen)
  23. iets op zijn sloffen aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
  24. je eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  25. vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
  26. iets mannetje voor mannetje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren)
  27. iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
  28. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  29. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  30. het is niet altijd kermis. (=je kunt niet altijd feestvieren.)
  31. uit zijn slof schieten (=kwaad uitvallen, boos worden)
  32. platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
  33. je naam eer aandoen (=naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
  34. vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
  35. op je krent zitten (=niets uitvoeren)
  36. elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  37. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  38. van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
  39. je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
  40. in den brede (=uitvoerig)
  41. iets breed uitmeten (=uitvoerig (overdreven) over iets praten)
  42. iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
  43. je partij behoorlijk meeblazen (=zijn deel van de taak naar behoren uitvoeren)
  44. in gebreke blijven (=zijn taak (belofte) niet uitvoeren)

7 dialectgezegden bevatten `tv`

  1. ben non televies ont loenken (=Ik ben naar tv aan het zien) (Liedekerks)
  2. doe de radiejo of den teeleviezie dooëd (=zet de radio, de tv af) (Waregems)
  3. doet dn tilleviezje ekièè doîd (=zet de tv eens af) (Lichtervelds)
  4. doet dn tilleviezje ekièè doîd (=zet de tv eens af) (Kortemarks)
  5. geftem 't scheufke (=laat hem zwijgen, zet de radio / tv af) (Antwerps)
  6. ik gau televiesie kieke (=ik ga tv kijken) (Cuijks)
  7. sobiet is't Pien (=straks het weerbericht op tv) (Kaprijks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen