Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `stevig`

  1. stevig in het zadel zitten (=machting zijn)

6 betekenissen bevatten `stevig`

  1. daar komt een schip met zure appels. (=daar komt een stevige regenbui aan.)
  2. een kerel als Kas (=een stevig gebouwd kerel)
  3. het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren.)
  4. uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
  5. iemand bij de lurven pakken (=iemand stevig vastpakken)
  6. zijn tanden laten zien. (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn.)

Het dialectenwoordenboek kent 29 spreekwoorden met `stevig`

  1. Antwerps: ne keurte geblokte (=kleine stevige man)
  2. Oudenbosch: zijis ok eul wa maans or (=zij is een stevige vrouw)
  3. Genneps: Dat stèt ien de ribbe (=Dat is stevige kost)
  4. Venloos: dae haet um goot zitte (=hij heeft stevig gedronken)
  5. Genneps: Iemes d'n ka.st uut vèège (=Iemand stevig aanpakken)
  6. Diesters: kramikelek; kadukellek; krakkemik; oemvallens gerieëd (=niet stevig)
  7. Bilzers: métte groëve bossel terdür gon (=stevig aanpakken)
  8. Venloos: dae is onder d'n trein gekomme (=hij heeft stevig gedronken)
  9. Walshoutems: Een goei ot getrokke hêmme (=Een stevige middagdut gedaan hebben)
  10. Antwerps: e farem schap (=stevige borsten)
  11. Zeeuws: ie kan se noh a van stal langen (=iemand die stevig vloekt)
  12. Antwerps: ne schoêne kommisveur (=stevige borsten)
  13. Antwerps: ne schone komisveur (=stevige borsten)
  14. Genneps: den speijt er nie ien (=die lust wel een een stevige slok)
  15. Lichtervelds: je goat er met dn groevn bustle deure (=hij pakt het stevig aan)
  16. Westerkwartiers: hij wer bij 't nekvel greep'm (=ze pakten hem stevig aan)
  17. Hendrik-Ido-Ambachts: stevige bries (=harde wind)
  18. Munsterbilzen - Minsters: tiëge zene zjilae trèkke (=stevig vastpakken)
  19. Bilzers: zen mauwe opstrepe (=er stevig aan beginnen)
  20. Bilzers: mèt zene koljee pakke (=stevig vastnemen)
  21. Oudenbosch: zis gin vermokkerde (=zij is stevig en groot)
  22. Westerkwartiers: we moet'n nog 'n poar haarde neut'n kroak'n (=wij moeten nog een paar stevige beslissingen nemen)
  23. Munsterbilzen - Minsters: wae zich op ijs begif, kan autsjampe (=wie altijd op zijn tenen moet lopen, staat niet stevig in zijn schoenen)
  24. Westerkwartiers: die is oareg uut de kluut'n wozz'n (=dat is een stevig gebouwde man)
  25. Weerts: D'r ophouwe oftj stokvês es (=Iemand een stevige aframmeling geven)
  26. Oudenbosch: die motte ze un ee-ntje out in z ne nek le-ge (=die moeten ze eens stevig aanpakken)
  27. Westerkwartiers: hij zit weer goed te load'n (=hij zit weer stevig te eten)
  28. Koersels: He hit in men kuul gescheten (=Hij heeft mij een stevige hak gezet)
  29. aalters: Da vramens ee veel volk in de stoase (=Die jongedame heeft een stevige boezem)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen