Spreekwoorden met `raag`

Zoek

21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `raag`

  1. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  2. dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
  3. de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
  4. de kraag kosten (=ergens bij om het leven komen)
  5. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
  6. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  7. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  8. een stuk in je kraag drinken (=dronken worden)
  9. een stuk in zijn kraag hebben (=dronken zijn)
  10. een vraagteken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
  11. geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  12. het eindje draagt de last. (=pas aan het eind komen de problemen tevoorschijn)
  13. hij droomt van schol maar eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  14. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  15. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  16. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  17. traag gereden is vroeg thuis. (=sneller klaar zijn door eerst goed na te denken)
  18. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  19. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  20. wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
  21. zo vraagt men de boeren de kunst af (=zo verneem je hoe het moet)

54 betekenissen bevatten `raag`

  1. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  2. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  3. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  4. van luie Kees (=bijzonder traag)
  5. die molen maalt langzaam (=dat gaat traag)
  6. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  7. dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
  8. sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  9. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  10. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  11. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  12. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  13. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  14. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  15. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  16. als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
  17. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  18. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  19. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  20. je natje en je droogje lusten (=graag eten en drinken)
  21. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  22. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  23. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  24. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet lukken)
  25. hutje bij mutje leggen (=ieder draagt bij voor het deel dat die kan)
  26. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
  27. iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
  28. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  29. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  30. vinger en duim naar iets likken (=iets erg graag lusten)
  31. vingers en duimen aflikken (=iets erg graag lusten)
  32. tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn)
  33. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  34. er zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  35. er zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  36. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  37. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  38. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  39. dat smaakt naar meer (=meer van dat, graag!)
  40. geen heilige zo klein of hij wil zijn kaarsje hebben. (=mensen vertellen graag wat voor goeds ze hebben gedaan)
  41. een Salomonsoordeel vellen (=met een heel vraagstuk een zeer wijze en goede beslissing nemen)
  42. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  43. iemand gehoor geven (=naar iemand luisteren, gevolg geven aan zijn vraag)
  44. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  45. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  46. in het gareel lopen. (=precies doen wat er gevraagd wordt)
  47. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  48. in het huisje wegen (=uiterst nauwkeurig het gevraagde gewicht geven)
  49. voor iemand kruipen (=van iemand schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt)
  50. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen