Spreekwoorden met `op ze`

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op ze`

  1. daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
  2. de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
  3. er zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  4. het zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
  5. mijl op zeven zijn (=een grote omweg zijn)
  6. op zee blijven (=op zee vergaan/omkomen)
  7. vliegt de blauwvoet storm op zee (=leuze van de Vlaamse nationalisten (ontleend aan Conscience))

3 betekenissen bevatten `op ze`

  1. liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
  2. meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
  3. op zee blijven (=op zee vergaan/omkomen)

50 dialectgezegden bevatten `op ze`

  1. (z) oë es ni op ze gat gedoëpt (=Zij / hij is genen dommerik) (Moorsel)
  2. 't op ze broere steekn (=zijn broer de schuld geven) (Veurns)
  3. 't op ze buuk meug'n schrieven (=Er mogen naar fluiten) (Veurns)
  4. 't zitj ier op zè gat (=de verkoop is slecht) (Meers)
  5. 't zitj op zè gat (=aan de grond fig.: het is mislukt) (Meers)
  6. a ee zèn uëgen ni op zè gat (=hij is opmerkzaam) (Meers)
  7. aste dae op ze daok kraajgs- (=dat is een moeilijke vent) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef meerdere keren) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. d'rop vlieëgn lik Stoffel op ze katte (=flink aanpakken) (Veurns)
  10. da kraajgste nog op ze braud (=dat verwijt krijg je nog wel) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. dae ès nie op ze moenëke (mondsje-toeng) gevalle (=dat is een vlotte prater) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. dae ès op zë poësbès (=die is mooi gekleed) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. dae hèt de bibbërëbitsjës op zë lijf (=hij loopt te huiverenn) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. dae zit mét de bibberebitsjes op ze lijf (=hij zit met hevige angsten) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. dae zit rap op zë piëdsje (=hij is licht geraakt) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. dae zit rap op ze piëdsje (=hij is vlug op zijn tenen getrapt) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. dat kraajgste nog ës op ze braud gesmaerd (=dat wordt je kwalijk genomen) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. dê hét de bibberebitsjes op ze lijf (=man, heeft die de schrik te pakken) (Bilzers)
  19. de kons mich toch nie op ze piëd krijge (=je krijgt me toch niet opgejaagd) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. de moes tich nie op ze nès loëte vange (=je moet goed uitkijken dat ze je niet gemakkelijk bedotten) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. De spultjes op ze lopies hewwe. (=Het aardig voor elkaar hebben.) (Zaans)
  22. de voëgel op ze nès pakke (=iemand op heterdaad betrappen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. die heef een container op ze buik (=die heeft een katheter) (Leids)
  24. e koet ès ë koet, zaagte boer en hae sproeng op zë vérkë (=daarom is klein Pietje blind) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. e koet ès e koet, zaagte boer, en hae kroep op ze vérke (=alle middelen zijn goed als het je goed uitkomt) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. een buzzukke vloon; iemand die rap op zè pjeird zit (=een zenuwachtige man die vlug kwaad is) (Sint-Niklaas)
  27. een waffël op ze gezich krijge (=een slag aan de kop krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. êi gâit op ze êige (=je verdiende geld niet meer hoeven overdragen aan je ouders) (Volendams)
  29. ei trekt eel goed op zè vodder (=hij gelijkt heel erg op zijn vader) (Sint-Niklaas)
  30. ek op ze toer (=ieder op zijn beurt) (Veurns)
  31. en is op ze weeroeden (=hij houdt de boot af) (Veurns)
  32. ët op zë braud krijge (=van iets beschuldigd worden) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. etwieën op ze plekke zetn (=de mond snoeren) (Veurns)
  34. get op ze daok haole (=zichzelf wat aandoen) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. haat zën waffël ùmér tau, aanës kraajgste ën goej waffel op ze bakkës (=zwijg nu voor je een slag tegen je kop krijgt) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. hae ho (ch) den daover op ze lijf (=hij beefde van de schrik) (Bilzers)
  37. hae krieëg ne linkse op ze bakkes (=ik verkocht de opkoper een oplawaai) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. Hè hep un tùin op ze bùik (=Hij is dood) (Haags)
  39. ich gaef tich seffës ne ferme toek op ze gezich (=seffens geef ik je een goede slag in je gezicht) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. ich gon em ès defteg op ze braud gaeve (=ik ga hem een goed op de vingers tikken) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. ich höchem op ze nès gevange en doëmèt kraajgter zelfs menen hond nimei te zien (=ik heb hem op heterdaad betrapt en nu is hij niet meer mijn beste vriend) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. ich zien kristes op ze kreis hange (=ze heeft nogal een open kleedje aan) (Bilzers)
  43. ich zien Kristes op ze kreis hange (=zij heeft een diepe uitsnijding) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. iemed deftig op ze bakkes kloppe (howe) (=iemand een ferm pak slaag geven) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. iemed és goed op ze braud gaeve (=iemand berispen) (Bilzers)
  46. iemëd get op ze braud gaeve (=iemand iets verwijten) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. iemëd op ze woeëd pakke (=iemand aan zijn woord houden) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. Ientje mit hande oit ze mouwe en bit op ze kieze. (=Eerlijke, harde werker.) (zaans)
  49. Is al op ze ouwe gewicht (=Is al een tijdje dood) (Rotterdams)
  50. kender traeë op ze kleed, mér graute op zen hat (=kleine kinderen, klein maar groten groot leed) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen