7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op ze`
- daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
- de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
- er zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
- het zeil in top zetten (=een zo goed mogelijke vertoning weggeven)
- mijl op zeven zijn (=een grote omweg zijn)
- op zee blijven (=op zee vergaan/omkomen)
- vliegt de blauwvoet storm op zee (=leuze van de Vlaamse nationalisten (ontleend aan Conscience))
3 betekenissen bevatten `op ze`
- liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
- meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
- op zee blijven (=op zee vergaan/omkomen)
50 dialectgezegden bevatten `op ze`
- (z) oë es ni op ze gat gedoëpt (=Zij / hij is genen dommerik) (Moorsel)
- 't op ze broere steekn (=zijn broer de schuld geven) (Veurns)
- 't op ze buuk meug'n schrieven (=Er mogen naar fluiten) (Veurns)
- 't zitj ier op zè gat (=de verkoop is slecht) (Meers)
- 't zitj op zè gat (=aan de grond fig.: het is mislukt) (Meers)
- a ee zèn uëgen ni op zè gat (=hij is opmerkzaam) (Meers)
- aste dae op ze daok kraajgs- (=dat is een moeilijke vent) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef meerdere keren) (Munsterbilzen - Minsters)
- d'rop vlieëgn lik Stoffel op ze katte (=flink aanpakken) (Veurns)
- da kraajgste nog op ze braud (=dat verwijt krijg je nog wel) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae ès nie op ze moenëke (mondsje-toeng) gevalle (=dat is een vlotte prater) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae ès op zë poësbès (=die is mooi gekleed) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hèt de bibbërëbitsjës op zë lijf (=hij loopt te huiverenn) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae zit mét de bibberebitsjes op ze lijf (=hij zit met hevige angsten) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae zit rap op zë piëdsje (=hij is licht geraakt) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae zit rap op ze piëdsje (=hij is vlug op zijn tenen getrapt) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat kraajgste nog ës op ze braud gesmaerd (=dat wordt je kwalijk genomen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dê hét de bibberebitsjes op ze lijf (=man, heeft die de schrik te pakken) (Bilzers)
- de kons mich toch nie op ze piëd krijge (=je krijgt me toch niet opgejaagd) (Munsterbilzen - Minsters)
- de moes tich nie op ze nès loëte vange (=je moet goed uitkijken dat ze je niet gemakkelijk bedotten) (Munsterbilzen - Minsters)
- De spultjes op ze lopies hewwe. (=Het aardig voor elkaar hebben.) (Zaans)
- de voëgel op ze nès pakke (=iemand op heterdaad betrappen) (Munsterbilzen - Minsters)
- die heef een container op ze buik (=die heeft een katheter) (Leids)
- e koet ès ë koet, zaagte boer en hae sproeng op zë vérkë (=daarom is klein Pietje blind) (Munsterbilzen - Minsters)
- e koet ès e koet, zaagte boer, en hae kroep op ze vérke (=alle middelen zijn goed als het je goed uitkomt) (Munsterbilzen - Minsters)
- een buzzukke vloon; iemand die rap op zè pjeird zit (=een zenuwachtige man die vlug kwaad is) (Sint-Niklaas)
- een waffël op ze gezich krijge (=een slag aan de kop krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- êi gâit op ze êige (=je verdiende geld niet meer hoeven overdragen aan je ouders) (Volendams)
- ei trekt eel goed op zè vodder (=hij gelijkt heel erg op zijn vader) (Sint-Niklaas)
- ek op ze toer (=ieder op zijn beurt) (Veurns)
- en is op ze weeroeden (=hij houdt de boot af) (Veurns)
- ët op zë braud krijge (=van iets beschuldigd worden) (Munsterbilzen - Minsters)
- etwieën op ze plekke zetn (=de mond snoeren) (Veurns)
- get op ze daok haole (=zichzelf wat aandoen) (Munsterbilzen - Minsters)
- haat zën waffël ùmér tau, aanës kraajgste ën goej waffel op ze bakkës (=zwijg nu voor je een slag tegen je kop krijgt) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae ho (ch) den daover op ze lijf (=hij beefde van de schrik) (Bilzers)
- hae krieëg ne linkse op ze bakkes (=ik verkocht de opkoper een oplawaai) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hè hep un tùin op ze bùik (=Hij is dood) (Haags)
- ich gaef tich seffës ne ferme toek op ze gezich (=seffens geef ik je een goede slag in je gezicht) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich gon em ès defteg op ze braud gaeve (=ik ga hem een goed op de vingers tikken) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich höchem op ze nès gevange en doëmèt kraajgter zelfs menen hond nimei te zien (=ik heb hem op heterdaad betrapt en nu is hij niet meer mijn beste vriend) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich zien kristes op ze kreis hange (=ze heeft nogal een open kleedje aan) (Bilzers)
- ich zien Kristes op ze kreis hange (=zij heeft een diepe uitsnijding) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemed deftig op ze bakkes kloppe (howe) (=iemand een ferm pak slaag geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemed és goed op ze braud gaeve (=iemand berispen) (Bilzers)
- iemëd get op ze braud gaeve (=iemand iets verwijten) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemëd op ze woeëd pakke (=iemand aan zijn woord houden) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ientje mit hande oit ze mouwe en bit op ze kieze. (=Eerlijke, harde werker.) (zaans)
- Is al op ze ouwe gewicht (=Is al een tijdje dood) (Rotterdams)
- kender traeë op ze kleed, mér graute op zen hat (=kleine kinderen, klein maar groten groot leed) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen