Spreekwoorden met `one`

Zoek

22 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `one`

  1. al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  2. contra rationem (=strijdig met de rede) (Latijn)
  3. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  4. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  5. er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  6. geduld is een schone zaak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
  7. geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
  8. geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  9. hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
  10. hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
  11. honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
  12. in de bonen zijn (=verward zijn)
  13. in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben / geen privéleven hebben)
  14. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  15. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  16. pijn in de portemonee hebben (=het geld is op)
  17. ratione officii (=ambtshalve) (Latijn)
  18. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging) (Latijn)
  19. schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
  20. voor spek en bonen (=zonder enige betekenis)
  21. zo stijf als een bonenstaak (=bijzonder stijf)
  22. zo stoned zijn als een garnaal (ook makreel) (=onder invloed zijn van hasj)

65 betekenissen bevatten `one`

  1. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  2. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  3. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  4. iets in de verf zetten (=beklemtonen, accentueren)
  5. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  6. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  7. dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is een ongewone gebeurtenis)
  8. herenzonden boerenleed. (=de gewone mensen boeten voor de fouten van de mensen met macht)
  9. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  10. de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
  11. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  12. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  13. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  14. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  15. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  16. een traan wegpinken (=emotioneel geraakt zijn, ontroerd zijn door iets => emotioneel)
  17. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  18. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  19. voor anker gaan (=ergens gaan wonen en langer verblijven)
  20. aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  21. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  22. vuur in de ogen hebben (=gemotiveerd en passioneel zijn)
  23. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  24. wat goed eet, schijt goed. (=gezond eten laat het lichaam goed functioneren.)
  25. Jan Rap en zijn maat (=het gewone volk)
  26. het lot valt altijd op Jonas. (=het zijn altijd dezelfde personen die onheil meemaken.)
  27. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  28. grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  29. het daglicht niet kunnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of oneerlijk gedaan)
  30. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  31. iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
  32. je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=men moet goed voor het personeel zijn.)
  33. met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
  34. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
  35. kromme gangen gaan (=omwegen maken, oneerlijk zijn)
  36. te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)
  37. laag bij de grond (=oneerlijk, unfair)
  38. onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
  39. getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
  40. over de puthaak getrouwd (=onwettig samenwonend)
  41. iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
  42. oude koeien uit de sloot halen (=oude geschiedenissen terug ten tonele voeren)
  43. petje af (=respect betonen voor hoe iemand iets voor elkaar gekregen heeft)
  44. onder één hoedje spelen (=samen iets oneerlijks doen)
  45. eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  46. voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
  47. je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
  48. ad infinitum (=tot in het oneindige)
  49. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
  50. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen