Spreekwoorden met `nop`

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nop`

  1. aan elkaar knopen (=gegevens samenvoegen)
  2. achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
  3. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z`n inkomen))
  4. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  5. er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
  6. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  7. flink wat achter de knopen hebben (=veel gegeten en gedronken hebben)
  8. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
  9. het ligt er duimdik bovenop (=het is overduidelijk)
  10. iets achter de knopen hebben (=iets is volbracht of voltooid)
  11. iets in het oor knopen (=iets goed onthouden)
  12. in de oren knopen (=goed onthouden)
  13. in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)

8 betekenissen bevatten `nop`

  1. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  2. in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
  3. slot noch zin (=geen touw aan vast te knopen)
  4. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  5. het heertje zijn (=in zijn nopjes zijn)
  6. via de achterdeur (=indirect, onopgemerkt, stiekem)
  7. je in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  8. ze achter de mouw hebben (=onoprecht zijn)

Eén dialectgezegde bevat `nop`

  1. dor hittie un uijgske nôp (=daar heeft hij een oogje op) (Boakels)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen