Eén spreekwoord bevat `netjes`
- het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
2 betekenissen bevatten `netjes`
- om door een ringetje te halen (=keurig netjes)
- binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
30 dialectgezegden bevatten `netjes`
- 't huus is netjes an kaant (=het huis is netjes op orde) (Westerkwartiers)
- ' t mot eerst warre wil ' t reeje (=Het moet eerst een rommel zijn wil het weer netjes worden) (Alblasserdams)
- An'ekleed gaat oit! (=Er netjes uitzien.) (Zaans)
- Dat ziet er kellef uut (=Dat ziet er netjes uit) (Flakkees)
- de heil përsesse hink op zën vasse (=iedereen volgt u netjes) (Munsterbilzen - Minsters)
- dies altit afgebusteld (=die is altijd heel netjes gekleed) (Sint-Niklaas)
- Doe marres gek mar hauwet fèèn (=Ga maar eens uit je dak maar hou het netjes) (Kaatsheuvels)
- Doe mer's gek, mer hauw ut fijn (=Doe maar gek, maar hou het netjes) (Eindhovens)
- enne rowwen duuvel (=Iemand die niet netjes werkt) (Horster)
- feseloars zijn kwezeloars in kwezeloars zijn dieëven (=vezelen is niet netjes) (Kaprijks)
- Heertjuh Heertjie hoor / Hij is heulemaol ut heertjie (=Reactie op iemand die zich netjes heeft gekleed, maar normaal niet zo netjes is op zichzelf:) (Utrechts)
- Het mot êêst warre wil 't rêêje (=Het moet eerst een rommel zijn wil het netjes kunnen worden) (Sliedrechts)
- Heur hoar zit dur de war (=Haar haren zitten niet netjes) (Helenaveens)
- Hi'j kotste em d' r onder (=b.v het uitspuwen van iets wat niet zo netjes gebeurd) (Giethoorns)
- iemëd autmaoke vër al wat lëlëk ès (=iemand niet netjes aanspreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- ik he mun ouwelui netjes oan het end gebrocht (=ik heb mijn ouders in hun laatste levensfase verzorgd) (Zaltbommels)
- in zun of dur zondagsu klièr (=in het netjes aangekleed) (Brakels (gld))
- Je staet er dim op (=Je ziet er netjes uit) (Flakkees)
- ne slag in mèn wiel (=wiel loopt niet netjes rond) (Meers)
- Netties? Netties woont op't eiland en Meneer die woont ernoast (=netjes woont op het eiland en Mijnheer die woont ernaasthe) (Kampers)
- niet zoe emmel (=niet zo netjes) (Staphorsts)
- Pikt en dreven (=netjes gekleed (om uit te gaan ) ) (Westfries)
- strak in ut pak zitten (=er netjes uitzien) (Westlands)
- tegoej en nie verkeird (=netjes en verzorgd) (Munsterbilzen - Minsters)
- tès haaj zjus ën hiemëlke (=het is hier mooi en netjes) (Munsterbilzen - Minsters)
- ut mot irst warre voor ut reeen (=het moet eerst een rotzooi zijn voor het netjes wordt) (Giessendams)
- ut mot irst warren wil ut reeen (=het moet eerst een rotzooi zijn, voor het netjes wordt) (Giessendams)
- ze boeltsje bijéénpakke (=opgeruimd staat netjes) (Bilzers)
- Zo kaant as de puus (=netjes gekleed zijn) (Giethoorns)
- Zo kaant as de puus(poes) (=Er netjes uit zien) (Giethoorns)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen