Spreekwoorden met `ld`

Zoek


171 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ld`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  3. al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
  4. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  5. als aan de grond genageld staan (=perplex staan)
  6. als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  7. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  8. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  9. als een snoek op zolder (=totaal uit zijn element)
  10. als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk)
  11. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  12. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  13. ben je belatafeld (=ben je gek)
  14. beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West thuis best)
  15. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
  16. beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
  17. borgen is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  18. bulken van het geld (=geld in overvloed hebben)
  19. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  20. dat is een paard van een daalder. (=dat is een trots mens)
  21. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  22. dat zit gebeiteld (=dat komt in orde)
  23. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  24. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  25. de huid vol schelden (=flink uitschelden)
  26. de naald in het spek steken. (=stoppen met werken.)
  27. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  28. de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
  29. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  30. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  31. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  32. de wereld draait door (=het leven gaat gewoon door, ondanks problemen.)
  33. de wereld in een doosje hebben (=tevreden en gelukkig zijn met wat iemand heeft)
  34. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  35. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  36. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  37. de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
  38. de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
  39. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
  40. door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  41. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  42. een eed met boter bezegeld. (=een belofte zonder echte intentie om de belofte na te komen)
  43. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  44. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  45. een kinderhand is gauw gevuld (=met een kleinigheid tevreden zijn)
  46. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  47. een papieren zoldertje (=een dunne ijskorst)
  48. een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
  49. een speld heeft ook een kop. (=kinderen doen het liefst wat ze zelf willen)
  50. een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)

340 betekenissen bevatten `ld`

  1. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
  2. haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
  3. bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
  4. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  5. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  6. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  7. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  8. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  9. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  10. in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  11. voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
  12. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  13. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  14. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  15. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  16. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
  17. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
  18. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  19. zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
  20. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  21. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  22. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  23. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  24. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  25. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  26. aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
  27. verbi gratia (=bijvoorbeeld)
  28. exempli gratia (=bijvoorbeeld)
  29. verbi causa (=bijvoorbeeld)
  30. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  31. in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
  32. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  33. klinkende munt (=contant geld)
  34. dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
  35. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  36. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  37. een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
  38. onder de pannen zijn (=de (geld)zaken goed voor elkaar hebben)
  39. zo heer zo knecht (=de knechten volgen het voorbeeld van de bazen)
  40. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  41. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  42. op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
  43. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  44. de zwartepiet doorspelen (=de schuld doorschuiven)
  45. de zwartepiet krijgen (=de schuld krijgen)
  46. de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles))
  47. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  48. de kwaaie pier (=de schuldige)
  49. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  50. genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen