46 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kwa`
- aan de kwakkel zijn (=last hebben van de gezondheid)
- advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
- dat is een kwal (=een uiterst vervelend persoon)
- de kwaaie pier (=de schuldige)
- eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
- een kwade dronk hebben (=dronken zijn en slecht geluimd)
- elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
- ergens geen kwaad kunnen doen. (=een zeer positieve reputatie hebben ongeacht wat je doet)
- geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
- geen vlieg kwaad doen (=uitsluitend goede bedoelingen hebben, niemand tot last zijn)
- geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
- gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
- goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
- goedschiks of kwaadschiks (=met of tegen de zin)
- het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
- het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
- het is kwaad stelen waar de waard een dief is. (=het is moeilijk om een bedrieger te bedriegen)
- het kwaad loont zijn meester (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
- het kwaad straft zichzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
- het kwartje is gevallen (=hij heeft het begrepen)
- het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
- ieder kwartier heeft zijn manier. (=elke streek heeft haar eigen gebruiken)
- iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
- ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
- kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
- kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
- kwaad bloed zetten (=iemand boos maken)
- kwaad gezelschap doet dolen. (=vermijdt omgang met mensen die een negatieve invloed op je leven kunnen hebben)
- kwade gezelschappen bederven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
- met hem is het kwaad kersen eten. (=het is beter hem te mijden.)
- met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
- ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
- te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)
- tegen de stroom is het kwaad roeien / zwemmen (=tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten)
- van de prins geen kwaad weten (=uiterst argeloos zijn)
- van kwaad tot erger komen/vervallen (=steeds erger worden)
- van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)
- vergeld geen kwaad met kwaad (=wraak nemen is niet goed)
- wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
- wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)
- wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
- wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
- zo doof als een kwartel (=stokdoof)
- zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
54 betekenissen bevatten `kwa`
- in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
- fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- je leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
- de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- een oorblazer (=een kwaadspreker)
- nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
- op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
- uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
- onze Lieve Heer heeft vreemde kostgangers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
- geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
- zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
- de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
- met gelijke munt betalen (=hetzelfde kwaad terugdoen)
- geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
- de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
- achter iemand zoeken (=iemand kwaad proberen te doen)
- het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
- de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
- je op de lippen bijten (=je inhouden (niet lachen of kwaad worden))
- je druk maken over (=je kwaad maken om, je aantrekken van)
- kijk een gegeven paard niet in de bek (=je mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
- kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
- de kat in het donker knijpen (=kwaad doen waar niemand het ziet)
- uit zijn slof schieten (=kwaad uitvallen, boos worden)
- de kuif opsteken (=kwaad worden)
- een staart om hebben (=kwaad zijn)
- je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
- snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
- kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
- niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
- veni vidi vici (=kwam-zag-overwon)
- over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
- ongelijke paarden trekken kwalijk. (=mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
- lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
- met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
- alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
- je gemak houden (=niet te veel werk doen, niet kwaad worden)
- werken als een rode lap op een stier (=onmiddellijk erg kwaad maken)
- iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
- honi soit qui mal y pense (=schande over hem die er kwaad over denkt)
- alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- van de bovenste plank (=van de beste kwaliteit)
- alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
- van de gaffel in de greep (=van kwaad tot erger)
- als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
- het kwaad straft zichzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
- het kwaad loont zijn meester (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
2 dialectgezegden bevatten `kwa`
- de weelde es een kwa biest (=het goed hebben en desondanks niet content zijn en altijd maar meer en meer willen) (Kalkens)
- kwa khi mn padje korten (=naar huis of naar bed) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen