Spreekwoorden met `kij`

Zoek

50 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kij`

  1. achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
  2. achter de schermen kijken (=kijken waar men normaal niet kan of mag kijken)
  3. de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  4. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
  5. de kunst afkijken. (=leren door te observeren.)
  6. de ooievaar nakijken (=tijd verdoen)
  7. de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
  8. door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
  9. door het hennepen venster kijken (=opgehangen worden)
  10. een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  11. er geen kijk op hebben (=de oplossing niet zien)
  12. er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
  13. geliefdes kijven doet liefde bedrijven. (=na een ruzie tussen geliefden volgt liefde)
  14. het nakijken hebben (=te laat in actie zijn gekomen, een ander was je voor)
  15. iemand het nakijken geven (=iemand verslaan of achterlaten.)
  16. iemand met de nek aankijken (=iemand minachten of negeren.)
  17. iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
  18. iemand op de vingers kijken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
  19. iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
  20. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  21. ik kijk wel uit (=dat doe ik niet, daar ben ik te voorzichtig voor)
  22. in de kijker lopen (=opvallen)
  23. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
  24. je in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  25. je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
  26. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  27. kijk een gegeven paard niet in de bek (=je mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt)
  28. kijken als een hard geschilde aardappel (=bleek zien)
  29. kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  30. kijken als een snoek op zolder (=zeer verbaasd zijn)
  31. kijken als Jonas in de walvis (=benauwd kijken)
  32. kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  33. kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
  34. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
  35. kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd kijken)
  36. kijken of men water ziet branden (=heel erg verbaasd kijken)
  37. koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
  38. met een kennersblik bekijken (=met kennis van zaken beoordelen)
  39. naar iets mogen kijken (=van iets moeten afblijven)
  40. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  41. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  42. op je neus kijken (=teleurgesteld zijn)
  43. staan kijken als lamme/verdomde Louis (=verlegen of beteuterd staan kijken)
  44. te diep in het glaasje kijken (=te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn)
  45. uit de doppen kijken (=goed uitkijken)
  46. van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  47. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  48. waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
  49. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  50. zuinig kijken (=teleurgesteld of verdrietig kijken)

32 betekenissen bevatten `kij`

  1. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
  2. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  3. kijken als Jonas in de walvis (=benauwd kijken)
  4. de lakense bril erbij opzetten (=bijzonder scherp toekijken)
  5. de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
  6. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  7. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  8. uit de doppen kijken (=goed uitkijken)
  9. kijken of men water ziet branden (=heel erg verbaasd kijken)
  10. kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd kijken)
  11. kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  12. het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je het ook bekijkt)
  13. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  14. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  15. iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
  16. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  17. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  18. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  19. kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn)
  20. strelende katjes halen het vlees uit de pot. (=kijk uit voor overdreven vleierij)
  21. tel uit je winst (=kijken en doen waar je het meeste voordeel bij hebt, `zie je wel!`)
  22. de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
  23. achter de schermen kijken (=kijken waar men normaal niet kan of mag kijken)
  24. kijken als een schelvis (=lodderig, dom of onbetrouwbaar kijken)
  25. onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
  26. iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak kijken)
  27. door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
  28. iemand op de vingers kijken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
  29. je blind staren op (=te veel naar één eigenschap kijken)
  30. zuinig kijken (=teleurgesteld of verdrietig kijken)
  31. kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
  32. staan kijken als lamme/verdomde Louis (=verlegen of beteuterd staan kijken)

Eén dialectgezegde bevat `kij`

  1. En Geliere spanne ze de osse vier de stiere, de wijver vier de kij en 't ès nog geen lang rij. (=plaagrijmpje, Gelieren) (Genker)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen