Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kerk`

  1. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  2. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  3. de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
  4. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=Geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  5. grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
  6. hij kijkt er naar uit als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=hij kijkt ergens vol verwachting naar uit)
  7. in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
  8. in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
  9. voor het zingen de kerk uit (=coïtus interruptus)
  10. wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  11. zachte winters, vette kerkhoven (=zachte winters geven vaak aanleiding tot meer ziekten dan strenge winters)
  12. zo arm als een kerkmuis/kerkrat (=straatarm)
  13. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)

2 betekenissen bevatten `kerk`

  1. grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
  2. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)

Het dialectenwoordenboek kent 120 spreekwoorden met `kerk`

  1. Zeeuws: ie ei zowat een kerkbanke versleten (=trouwe kerkganger)
  2. Kerkraads: vasteloavend i Kirchroa (=carnaval in kerkrade)
  3. Heezers: zao kerks as nun hond klippels (=niet (meer) naar de kerk gaan)
  4. Genneps: Zó é.rm zien as 'n luus (=zo arm als een kerkrat)
  5. Roois (Sint-Oedenrode): Ut Straotje (=Café in de kerkstraat in Sint-Oedenrode.)
  6. Bilzers: vande priëkstoel toomele (=aankondiging van het kerkelijk huwelijk)
  7. Zeeuws: Nie tegen de kerk pissen, da droogt nooit meer (=Geen ruzie maken met de pastoor/kerkbestuur, want dat vergeten ze nooit)
  8. Zeeuws: die is in de kerke gebooren (=iemand die veel nar de kerk gaat ( Axel ))
  9. Westels: rond de kerktoren (=klein rondje)
  10. Genneps: Rö.ste ien 't pie.rekuuleke (=Op het kerkhof liggen)
  11. Zottegems: on koentses liggen (=op het kerkhof liggen)
  12. Zeeuws: t is net un ofhebrand kerkof (=slecht gebit)
  13. Venloos: ze haet het kerkbook aope liggen (=hitsige vrouw)
  14. Venloos: de parade is door de kerkstraot (=de bevalling is gelukt)
  15. Roois (Sint-Oedenrode): Ut Straotje (Zo heet ok ut café, dè dor in de awe winkel van kruidenier Keetels is gekomme) (=De kerkstraat in Rooij)
  16. Waregems: goan dien'n (=gaan bidden voor bijstand van een heilige, met kerkbezoek en verering relikwie)
  17. Veurns: 't Was lik en oedewuufs kerkgank (='t Was een saie bedoening)
  18. Geluws: Ie ligt bachten Pol Huyghes (=Hij ligt begraven op het kerkhof)
  19. Iepers: Bie Scherre goan liggen (=op Iepers kerkhof begraven worden)
  20. Munsterbilzen - Minsters: twor nen diens mèt draaj heire (=de kerkdienst duurde lang)
  21. Oudenbosch: dur groeit gras op zunne buik (=op het kerkhof begraven liggen)
  22. Westerkwartiers: d'r benn'n meer huuz'n dan kerk'n (=je vindt altijd wel onderdak)
  23. Westlands: kan nie leg op ut kerkof en kennie legtur naast (=alles is mogelijk)
  24. St Huibrechts-Hern: touwn zen hiene huu (=toon zijn kippen hoeden (begraven worden op oud kerkhof))
  25. Kerkdriels: de juut (=politie)
  26. Herns (Herne, VL-B): a droetj lek ne noan op de kerktoeren (=naar de mond praten)
  27. Oudenbosch: dan le-de allaang op ut kerkof (=dat maak je niet meer mee)
  28. Westerkwartiers: huuv'm jem niet noar kerk ? (=hoeven jullie niet naar de kerk ?)
  29. Westerkwartiers: de doader lijt op 't kerkhof (=niemand heeft het gedaan)
  30. Westerkwartiers: loov'm doe'j ien 'e kerk (=geloven doe je in de kerk)
  31. Zeeuws: bi j wigestierd (=de kerk is vroeg uit)
  32. Sint-Niklaas: de nieve keirk (=Onze Lieve Vrouw kerk)
  33. Sint-Niklaas: daa keirk (=Sint Niklaas kerk)
  34. Tilburgs: in die kèèrek is plòts genogt (=in die kerk is genoeg plaats)
  35. Zeeuws: ie stoeng voet borretje (=voor in de kerk)
  36. Tilburgs: ge kunter oew eige waase en verschòòne (=er is niemand in de kerk)
  37. Kerkdriels: ut is kasverkreukult (=dat is niks meer waard)
  38. Kerkdriels: kan mij nie schille (=maakt mij niets uit)
  39. Kerkdriels: dun dieje het pietjes (=hij heeft hoofdluis)
  40. Kerkdriels: kik veur oe! (=kijk voor je!)
  41. Kerkdriels: wanne klets wor! (=wat een onzin hé!)
  42. Kerkdriels: wa zedde gij? (=wat zeg je?)
  43. Kerkdriels: wa motte gij (=wat wil jij)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tès ènde sekosj (=de kogel is door de kerk)
  45. Roermonds: Truuj, trek truuk !! (=Vóór het zingen de kerk uit)
  46. Kerkdriels: meer buil és tabak (=gebakken lucht)
  47. Kerkdriels: zigeunerbuil chips (=grote zak chips)
  48. Kerkdriels: kzij blij toe (=ik ben maar wat blij)
  49. Sint-Katelijne-Waver: Van de preekstoel vallen (=Huwelijk afkondiging in de kerk)
  50. Westerkwartiers: preek'n veur stoel'n en baank'n (=voor een (bijna) lege kerk preken)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen