Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `juist`

  1. de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
  2. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)

16 betekenissen bevatten `juist`

  1. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  2. de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
  3. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  4. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  5. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  6. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  7. er klopt geen hout van (=het is geheel onjuist)
  8. er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
  9. er is maar een f in het abc (=het juiste midden vinden, is moeilijk)
  10. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  11. het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  12. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
  13. aan een goed kantoor zijn (=op de juiste plaats zijn)
  14. een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nodig was)
  15. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  16. een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)

Het dialectenwoordenboek kent 49 spreekwoorden met `juist`

  1. Diesters: justement (=juist daarom)
  2. Heist-op-den-Berg: zjost! (=juist!)
  3. Grobbendonks: tis just (=het is juist)
  4. Spakenburgs: Juust (=juist)
  5. Munsterbilzen - Minsters: da klop waaj ne zwaerende vinger (=dat is heel juist)
  6. Harelbeeks: tès et zuste wi (=het is juist hoor)
  7. Bilzers: da klop asne zwaerende vinger (=helemaal juist)
  8. Merenaars: 't es on zè lijf gegoten (='t is juist gepast)
  9. Bilzers: da klop van geen kante (=dat is niet juist)
  10. Sint-Laureins: 'twaes ter klof op (=dat was er juist op)
  11. Waregems: zjuust verpasse (=de juiste maat, lengte, warmte, kruiding enz.)
  12. Noorderkempisch: men eten is just van sloek (=men eten is juist van warmte)
  13. Lichtervelds: tstikt nie nowwe (=het moe niet heel juist zijn)
  14. Tilburgs: jènèt, dè mèndenik ôok. (=juist ja, dat dacht ik ook)
  15. Waregems: ge meug gerus(t) zijn (=wat je daarnet zei is juist/terecht)
  16. Tilburgs: dès krèk wèk wo. (=dat is juist wat ik wilde.)
  17. kortemarks: jun orloozje lopt up soldoateknoopn (=je uurwerk loopt niet juist)
  18. Bilzers: doë blif viël on de haan plekke (=niet alle schenkingen komen op de juiste plaats)
  19. tervurens: maainen broeine kan da ni (nog just) trekke (=als iets te duur is of juist betaalbaar)
  20. Ransts: het zal afkrapsel van muggepeutjes zen (=een mengeling waarvan men de samenstelling niet juist weet)
  21. Gents: kstoa mee mane moend vol tanden (=iemand die de juiste woorden niet vind)
  22. Munsterbilzen - Minsters: daste naogel opte kop, sae ! (=helemaal juist !)
  23. Munsterbilzen - Minsters: da klop asne zwaerende vinger (=dat is helemaal juist !)
  24. Helmonds: da-jist nauw krek (=dat is het nou juist)
  25. Sint-Laureins: 'tis nie suuste (=dat is niet juist)
  26. Oudenbosch: daor eddum aon (=daar komt hij juist aan)
  27. Eernegems: tis beniest tis woar (=het is waar (juist))
  28. kortemarks: tis nen oalve gedroajdn (=hij is niet helemaal juist)
  29. Munsterbilzen - Minsters: Raech èn mene kaozjee sjaar ich mich n snotvalleng op (=ik ben ferm verkouden, nu dat ik juist vakantie heb)
  30. Bilzers: aste iëver den dievel kals, zieste zene stat (=We spraken juist over u en daar ben je)
  31. Antwerps: da klopt langs giën kaante (=dat is niet juist)
  32. Bilzers: de zitster boenk op (=dat is helemaal juist)
  33. Kortrijks: twa mo zuste vwao (=het was maar juist om)
  34. Elspeet: Er is een hoek af (=Niet heel juist zijn)
  35. Kortemarks: tstikt nie nowwe (=het moet niet perfect juist zijn)
  36. Bilzers: ich ho(ch) zjus mene rég gedraed (=ik had me juist omgekeerd)
  37. Sint-Niklaas: ne muggezifter (=iemand die alles juist wil hebben)
  38. Munsterbilzen - Minsters: geeste met de hinne op stek, zitste wersjaanlëk èn t verkeirde kot (=ga je vroeg slapen, moet je heel goed opletten dat je de juiste kamer kiest)
  39. Gronings: stait mit de klootn veur,t blok en het gain biele (=het juiste gereedschap missen)
  40. Oudenbosch: da klopt as ne zwe-rende vienger (=het ontvangen bedrag is juist)
  41. Sint-Niklaas: ier makeerdiets (=hier is iets niet juist (niet pluis))
  42. Tilburgs: persies gepaase (=juist gepast, met gepast geld betaald)
  43. Westerkwartiers: verbood'n vrucht'n benn'n 't zoetst (=wat niet mag is juist het lekkerst)
  44. Sint-Niklaas: gelegen kommen (=ergens welkom zijn, van pas komen, we hebben je juist nodig)
  45. Bilzers: Wat hélpe kepotsje en pil asset vrooke nie poepe wil (=Gebruik de juiste hulp)
  46. Westerkwartiers: 's naachts viss'n, overdaag nett'n brei'n (=je bezigheden op het juiste moment doen)
  47. Munsterbilzen - Minsters: nau wiëste waaj de stieël èn de shup zit (=nu ken je de juiste toedracht)
  48. Sint-Niklaas: 'k en èm zjuust mè ne schemel zien passeren (=ik geloof dat hij hier juist voorbij ging)
  49. Antwerps: ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan zegt ze)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen