2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `je nog`
- lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
- moet je nog peultjes (=wat zeg je daarvan!)
4 betekenissen bevatten `je nog`
- hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
- iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
- de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
- in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
50 dialectgezegden bevatten `je nog`
- attër ët èn zën krolle kraajg, bèste nog nie goed aof (=als hij het echt in zijn hoofd haalt, kan je nog veel last met hem krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- da kraajgste nog op ze braud (=dat verwijt krijg je nog wel) (Munsterbilzen - Minsters)
- dan zijde gijur belangenaon nog nie (=dan ben je nog helemaal niet klaar) (Oudenbosch)
- dao bès se nog neet bie Oeël mèt äöver (=daar ben je nog niet mee klaar) (Heitsers)
- daor zijde gij nog nie meej aon de nuuw erpels (=daar ben je nog niet mee klaar) (Oudenbosch)
- dat geet dich nog opkoeëme (=daar ga je nog spijt van krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet dich nog zoer opbraeke (=daar ga je nog spijt van krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet tich noch voëre (=daar ga je nog spijt van krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet tich nog voëre (=daar ga je nog spijt van krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet tich nog voëre, mennëke (=dat gaat je nog zuur opbreken, jongeheer) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet tich nog zoer opkoëme (=daar ga je nog spijt van krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat geet tich zwaur voeëre (opkoeëmë), mennëkë (=daar ga je nog erge spijt van krijgen !) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat hébs te van ze laeve nie mètgemok (=dat heb je nog nooit meegemaakt) (Bilzers)
- dat zal dij nog zuur opbreek'n (=daar krijg je nog spijt van) (Westerkwartiers)
- de moes nauts ët aaterste van zën toeng loëte zien (=zorg dat je nog altijd een slag om je arm houdt) (Munsterbilzen - Minsters)
- de moes tich nie autdoen vër daste gees sloëpe (=als je nog niet op sterven ligt, moet je nog niet alles wegschenken) (Munsterbilzen - Minsters)
- de zos nog smëltë van de hits (=in deze hitte zou je nog smelten) (Munsterbilzen - Minsters)
- Den ken je wéér an. (=Dan moet je het overnieuw doen; dan moet je nog eens.) (Zaans)
- di zun ze nog poes (poets) aan kriehen (=dat is een vlug kind daar kan je nog wat mee beleven) (Zeeuws)
- dich bès nog mèr e kaud joenk ter tiëge (=in vergelijking ben je nog maar een onderbeginneling) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë bèste nog e staekske stil mèt (=daar zal je nog een tijdje moeten aan werken) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë konste nog ès ë puntsje aoën zauke (=daar kun je nog wat van opsteken) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë konste nog ès e puntsje on zuige (=daar kan je nog wat van leren!) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë zoste wol hiën van krijge (=daar word je nog gek van) (Munsterbilzen - Minsters)
- doeë konste nog 'n pin aon zauke (=daar kun je nog veel van leren) (Munsterbilzen - Minsters)
- Doeë moeste nog vieeël botteramme vër aete (=daar ben je nog te klein voor !) (Munsterbilzen - Minsters)
- dor godde nog leinen mè roûn (=daar ga je nog problemen mee krijgen) (Sint-Niklaas)
- Dut eh je nag nooit zien! (=Dit heb je nog nooit gezien!) (Volendams)
- ein zaade ga kwoad aup ma, ge za ga taug ma loetse (=ook al ben je kwaad, ik zie je nog graag) (Gents)
- èster nog get te bikke (=heb je nog wat te eten) (Munsterbilzen - Minsters)
- et sjünste moet nog koeëme (=ik moet je nog meer vertellen) (Bilzers)
- Gaa zaa mee maa, nog nie oan de nief patatten. (=met mij ben je nog niet klaar) (Geels)
- Ge doe mij nie vrèmde. (='k Heb je nog ergens gezien.) (Zwevegems)
- geeste nog ës de tet hoale (=ga je nog eens naar je moeder) (Munsterbilzen - Minsters)
- Geist dich mèt heives of bliefst dich nog gèt (=Ga je mee naar huis of blijf je nog wat) (Kinroois)
- goo taan maoke vannen iëzël nog gee piëd (=omdat je veel geld hebt word je nog geen beter mens) (Munsterbilzen - Minsters)
- haese nag wöärd! (=wat zeg je me daarvan?! (heb je nog woorden!)) (Tegels)
- Hebbie nog een paar cente voor me? (=Heb je nog geld voor mij?) (Rotterdams)
- Hedde gij nog hear op den daik? (=Heb je nog haar op je schaamstreek?) (Lopiks)
- Hej nog nijs (=Heb je nog nieuws) (Hoogeveens)
- Hij' nog iene espreuken (=Heb je nog iemand gesproken) (Hoogeveens)
- hoe ouwer hoe gekker! (grappig bedoeld, soms cynisch ) (=Je kunt er oud uit zien, maar je nog heel jeugdig voelen en doen. / Hoe ouder, hoe gekker Ook op andere leeftijd is men tot dwaze dingen in staat) (Utrechts)
- hoeveel geld heb je nog (=hoevul cent heg ge nog) (Millings)
- Houw oewen kup of er zwoait wa noar oew! (=Ik wil niet dat je nog langer spreekt.) (Eindhovens)
- höb se nog gein pijn aon die lip (=letterlijk: heb je nog geen pijn aan je lip - betekent: beter hou je je bek eens) (Mestreechs)
- ich zo nie wiëte bau te beginne (=daar heb je nog niet onmiddellijk vat op) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ie moet je niet eerder oettrekken dan aj hen berre gaot. (=Geef niet alles weg als je nog leeft) (Drents)
- Ik 'eb 'et je nog zo gezeed ge'ad! (=Ik heb het je nog gezegd!) (Steenbergs)
- Ik wil oe veur gin doezend geulden missen, mer ak oe kwiet bin wik oe veur ' n kwartje nog nich wier hebn! (=Ik wil je nog voor geen duizend gulden missen, maar als ik je kwijt ben wil ik je nog voor geen kwartje weer hebben.) (Twents)
- Je mot dat bietjie zaagsel dat je nog in je kop het nou eens gebruiken ! (=Denk nou toch eens na !) (Utrechts)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen