Spreekwoorden met `ine`

Zoek

30 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ine`

  1. ad hominem (=zonder omwegen) (Latijn)
  2. beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
  3. bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
  4. bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
  5. conditio sine qua non (=een onvermijdelijke voorwaarde) (Latijn)
  6. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  7. dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
  8. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  9. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  10. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  11. dominee brand je bekje niet (=pas op! Het eten of de drank is heet!)
  12. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  13. er een kleine jongen bij zijn (=er niet aan kunnen tippen)
  14. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  15. geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
  16. groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
  17. helse machine (=bom)
  18. iemand een kopje kleiner maken (=iemand vermoorden)
  19. in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
  20. in nomine dei (=in de naam van God) (Latijn)
  21. kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
  22. kleine oorzaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
  23. kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn)
  24. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  25. kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  26. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
  27. sine anno (=zonder opgave van jaar) (Latijn)
  28. sine loco et anno (=zonder opgave van plaats en jaartal) (Latijn)
  29. uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
  30. wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd (=je moet waardering hebben voor het geringe)

41 betekenissen bevatten `ine`

  1. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  2. vasthouden aan een strootje (=blijven hopen op een kleine kans.)
  3. een lijntje trekken (=cocaïne snuiven)
  4. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  5. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  6. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  7. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  8. een loodje in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
  9. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  10. geen centje pijn. (=een kleine moeite.)
  11. te weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
  12. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  13. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  14. uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
  15. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  16. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  17. het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
  18. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  19. kleine oorzaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
  20. kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  21. huisjes melken (=kleine huizen duur verhuren)
  22. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  23. kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
  24. alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  25. halfjes en motregen dringen door. (=ook van kleine beetjes wordt je dronken)
  26. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  27. bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  28. het vet wil boven drijven. (=rijke mensen willen domineren)
  29. je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
  30. de poes op de bak zetten. (=urineren)
  31. de patatten afgieten. (=urineren)
  32. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
  33. klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
  34. het zo druk hebben als een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
  35. vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
  36. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  37. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
  38. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  39. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  40. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  41. op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)

2 dialectgezegden bevatten `ine`

  1. det hem ich gekregen van ine die sliep (=stelen) (Achels)
  2. Oum ine huye knecht te kinne mooste um eine kier laote mit eite. (=Een goede knecht eet snel.) (Nuths)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen