3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hij in`
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- dat kan hij in zijn zak steken (=dat is raak - die zit!)
- roep geen haring voor hij in het net is (=wees niet te voorbarig)
7 dialectgezegden bevatten `hij in`
- asofter én zen broek ho (ch) gezeek (=alsof hij in zijn broek had geplast) (Bilzers)
- Dat is mich eine boed wo dae in woont. (=Het is een armoedig huis waar hij in woont.) (Neerbeeks)
- de zaes is daverwaat (=als een zeis gegolfd is, omdat hij in de verkeerde richting is geslepen) (Heitsers)
- hae ès de kluts kwijtgerok (=de slager weet niet meer welk vlees hij in de kuip heeft) (Munsterbilzen - Minsters)
- hij kiekt of ie in de furk sit (=hij kijkt of hij in de vork zit) (Wierings)
- më brierkë zoet toeê te kaeke asoft tër èn ne rik hoeng (=mijn jonger broer zat daar te schreeuwen alsof hij in een riek hing) (Munsterbilzen - Minsters)
- nouwistie de piekeleej uit (=nu is hij in geen velden of wegen te bekennen) (Oudenbosch)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen