3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `heur`
- als het hemd scheurt dan heeft het een gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
- er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
- grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
Eén betekenis bevat `heur`
- door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
50 dialectgezegden bevatten `heur`
- `z` hee heur vodden (=Menstruatie) (Lovendegems)
- 'k heur 't wol (=ik hoor het wel) (Gronings)
- 'k maag heur wel lied'n (=ik mag haar wel graag) (Westerkwartiers)
- 'k mokte moar 'n grapke heur (=ik maakte maar een grapje hoor) (Westerkwartiers)
- 'k wol heur met 'n tang nog niet aanpakk'n (=het is een vies vrouwtje) (Westerkwartiers)
- 'k zien liever heur iele dan heur tiëne (=Ik zie ze liever gaan dan komen) (Antwerps)
- 't begunt bij heur te schemer'n (=zij begint het te snappen) (Westerkwartiers)
- 't dut niks heur (=het geeft niet hoor) (Westerkwartiers)
- 't lijt niet aan heur dat de oorlog nog niet aofloop'm is (=het is een wel heel simpel iemand) (Westerkwartiers)
- 't zijn goaten in heur kesses (=er zitten gaten in haar kousen) (Evergems)
- ' k heb ' n zwak veur heur (=mijn voorliefde gaat naar haar uit) (Westerkwartiers)
- aal heur plann'n viel'n ien duug'n (=het brak hun bij de handen af) (Westerkwartiers)
- aan heur heb 'k gien boodschap (=met haar wil ik niets van doen hebben) (Westerkwartiers)
- bij heur (=bij haar) (Brakels (gld))
- bij heur was dat schering en ienslag (=bij haar kwam dat heel vaak voor) (Westerkwartiers)
- d'r is met heur gien laand te bezeil'n (=met haar valt niets te beginnen) (Westerkwartiers)
- da's 'n kolfke noar heur haand (=dat past precies in haar straatje) (Westerkwartiers)
- da's heur met de paplebel iengoot'n (=dat is haar van jongs af aan geleerd) (Westerkwartiers)
- da's heur oogabbeltje (=dat is haar allerliefste bezit) (Westerkwartiers)
- da' s heur met de paplebel iengoot' n (=dat is haar van kindsbeen af geleerd) (Westerkwartiers)
- dan jeuk'n heur de kuuz'n al niet meer (=dat duurt nog zo lang, dan leeft ze al niet meer) (Westerkwartiers)
- dat begroot me veur heur (=dat vind ik naar voor haar) (Westerkwartiers)
- dat dut heur de das om (=dat doet haar de das om) (Westerkwartiers)
- dat huuft echt niet heur (=dat hoeft echt niet hoor) (Westerkwartiers)
- dat komt niet zo krekt heur (=dat steekt niet zo nauw hoor) (Westerkwartiers)
- dat kreeg ze ien heur schoot smeet' n (=dat werd haar zo maar toegeworpen) (Westerkwartiers)
- dat kwam heur krekt van paas (=dat kwam haar heel goed uit) (Westerkwartiers)
- dat kwam ien heur kroam te pas (=dat kwam haar goed uit) (Westerkwartiers)
- dat schudt ze zo uut heur mouw (=dat verzint ze terplekke) (Westerkwartiers)
- dat speulde heur part' n (=dat kwam haar slecht uit) (Westerkwartiers)
- dat was heur zwoanezang (=dat was haar laatste lied) (Westerkwartiers)
- dat was veur heur de 't nekschot (=dat was voor haar de doodsteek) (Westerkwartiers)
- dat was veur heur de nekslag (=dat werd haar ondergang) (Westerkwartiers)
- de cent'n glied'n heur deur de vingers (=zij kan niet met geld omgaan) (Westerkwartiers)
- de gal lopt heur over (=zij wordt nijdig) (Westerkwartiers)
- de kop lopt heur deur (=zij heeft het niet op een rijtje) (Westerkwartiers)
- de moed zakt heur ien 'e schoen'n (=zij laat de moed zakken) (Westerkwartiers)
- Die heur voeten steun ok in de loemer (schaduw) (=die heeft ook grote borsten) (Ransts)
- die hond dut niks heur (=die hond doet niets hoor) (Westerkwartiers)
- diej hemme ze een biësje in heur oeër gezet (=zwangere vrouw waarvan de vader van het kind met de noorderzon verdwenen is) (Ransts)
- Diene / diej es te stoem om oan een koei heur gat goan HOLA te roepe! (=Dat is een heel domme man / vrouw) (Leuvens)
- doar trok ze heur neus veur op (=dat was haar niet goed genoeg) (Westerkwartiers)
- Dór zulle de heur vliege, zei kletskop (=Het zal er ruig, wild aan toe gaan) (Genneps)
- é / z' es mee zijn / heur gat in de bodre geval'n (=hij / zij is goed terechtgekomen) (Lochristis)
- gien wodder is heur te diep (=zij is nergens bang voor) (Westerkwartiers)
- Hà es te stoem voi in de koei heur gat hallo te roope (=Hij is nogal dom) (Bierbeeks)
- Hà es te stoem voi in de koei heur gat halo te roope (=Hij is zeer dom) (Haasrode)
- heer, zie, häöm, heur (=hij, zij, hem, haar) (Mestreechs)
- het het de pik op heur ien (=hij heeft het op haar gemunt) (Westerkwartiers)
- heur gezicht stijt op drie doag'n onweer (=zij kijkt heel boos) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen