Spreekwoorden met `het me`

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het me`

  1. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  2. daar hangt het mes uit (=men durft daar een grote uitdaging aan te gaan)
  3. die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
  4. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  5. het mes op de keel zetten (=onder sterke druk zetten)
  6. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  7. het met iemand aan de stok hebben/krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
  8. het met zich zelf niet eens zijn (=niet kunnen beslissen)
  9. iemand het mes op de keel zetten (=iemand onder zware druk zetten)
  10. met het mes in de buik zitten (=in grote angst verkeren)
  11. met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
  12. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  13. schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)
  14. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  15. zaken gaan voor het meisje. (=verplichtingen zijn belangrijker dan plezier)

25 betekenissen bevatten `het me`

  1. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  2. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  3. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  4. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  5. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  6. er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  7. het vet is van de ketel. (=het meeste voordeel is al verdwenen.)
  8. er voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  9. aal is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  10. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  11. moeten is dwang en huilen is kindergezang (=ik wil het wel doen, maar niet als het me verplicht wordt)
  12. tel uit je winst (=kijken en doen waar je het meeste voordeel bij hebt, `zie je wel!`)
  13. het puntje van een scherpe pen is `t felste wapen dat ik ken (=met een kritisch woord kan het meest worden bereikt)
  14. alle vloed heeft zijn weerloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
  15. alle winden hebben hun weerwinden. (=soms zit het mee, soms zit het tegen)
  16. geen beter gemak dan eigen dak. (=thuis voel je je het meest op je gemak)
  17. met een sisser aflopen (=uiteindelijk viel het mee)
  18. ervaring is de beste leermeester (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  19. de oudste moet de wijste zijn (=van het oudste kind wordt het meeste verwacht)
  20. om de dooie dood niet (=volstrekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven)
  21. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak)
  22. je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  23. het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
  24. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)
  25. iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)

11 dialectgezegden bevatten `het me`

  1. 't kan me ni bommen (=ik trek het me niet aan) (Meers)
  2. da rok men kaa kleer nie (=ik trek het me niet aan) (Bilzers)
  3. dae hèt me (r) verstand èn éne vinger, dan dich èn een heil hand (=die is verstandiger dan gij) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. dat et sjit ! (=ik kan het me niet meer aantrekken !) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. dè 't schit (=ik trek het me niet meer aan) (Neerpelts)
  6. dè't schèt (=ik trek het me niet meer aan) (Lommels)
  7. Kost er nie oepkomme (=Ik kon het me niet herinneren) (Antwerps)
  8. Naa valt mijne frang (=Nu wordt het me duidelijk!) (Hoogstraats)
  9. tès nie van nie wille, mér van nie konne (=ondanks mijn pogingen, lukt het me niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. tkan mich nie boemme (=ik trek het me niet aan) (Bilzers)
  11. zèk mich besjèet (=laat het me weten) (Gulpens)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen