Eén spreekwoord bevat `het gat`
- iemand het gat van de deur wijzen (=iemand zeggen dat die het pand moet verlaten of iemand wegsturen)
6 dialectgezegden bevatten `het gat`
- de keutel uit het gat vragen (=alles willen weten) (Lommels)
- dè snee klopt lak 't gat van nen doeë vuigel (=ik voel een kloppende pijn in die wonde (die snede klopt gelijk het gat van een dode vogel) ) (Holsbeeks)
- hoeds mót de hak drage (=de kleinste moet het werk doen (hoeds = het gat waar de steel van de bijl,‘hak’ in steekt)) (Heitsers)
- I-j hebt de köttel veur het gat zitt' n (=Je praat over anderen.) (Achterhoeks)
- Ie hebt de köttel in' t dwars veur het gat zitt' n (=alles wat iemand anders doet is niet goed genoeg (roddelen) ) (Achterhoeks)
- rapen doen het gat gapen (=rapen) (Waasmunsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen