Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


960 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het`

  1. aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)
  2. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen. (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico's)
  3. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past. (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen.)
  4. aan gene zijde van het graf (=na de dood)
  5. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  6. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  7. aan het eind van zijn Latijn zijn. (=uitgeput zijn. Al zijn ideeën voor oplossingen uitgeprobeerd hebben.)
  8. aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
  9. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  10. aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
  11. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  12. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  13. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  14. aan het lijf schieten (=haastig aantrekken (kleding))
  15. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  16. aan het roer zitten (=de leiding hebben)
  17. aan het verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
  18. aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
  19. aan het vinketouw zitten / Op het vinketouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  20. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  21. achter het net vissen. (=pech hebben, net een gelegenheid missen.)
  22. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi.)
  23. al het goede komt van boven (=)
  24. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  25. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  26. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  27. alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot)
  28. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  29. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  30. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  31. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit.)
  32. als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
  33. als de kat om de hete brij (draaien). (=een netelig vraagstuk vermijden, niet ter zake komen)
  34. als de nood het hoogste is, is de redding nabij. (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  35. als een kat om de hete brij heen lopen (=een probleem niet durven aanpakken)
  36. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  37. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  38. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  39. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  40. als het geld op is, is het kopen gedaan. (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk.)
  41. als het getij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
  42. als het hemd scheurt dan heeft het een gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
  43. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  44. als het in de kajuit regent druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  45. als het kalf verdronken is, dempt men de put. (=pas als het te laat is, neemt men maatregelen)
  46. als het kind maar een naam heeft (=passend of niet, je moet het kunnen noemen (een naam geven))
  47. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd. (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis.)
  48. als het puntje bij het paaltje komt (=als het erop aankomt)
  49. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. . (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  50. als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)

913 betekenissen bevatten `het`

  1. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
  2. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  3. lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt)
  4. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  5. op tui houden (=aan het lijntje houden)
  6. aan de veren kent men de vogel. (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  7. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  8. in het getouw (=aan het werk)
  9. in het gareel slaan (=aan het werk zetten)
  10. in het gareel spannen (=aan het werk zetten)
  11. zijn leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
  12. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  13. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  14. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  15. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  16. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  17. achter de wolken schijnt de zon. (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  18. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  19. geen steen op de andere laten (=alles in het werk stellen)
  20. men moet geen paaseieren op goede vrijdag eten (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  21. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  22. als de herder verdwaalt dolen de schapen. (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  23. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  24. vele handen maken licht werk. (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  25. na gedane arbeid is het goed rusten. (=als een klusje geklaard is kan men er tevreden op terug kijken dat het af is)
  26. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  27. alle waar naar hun geld zijn (=als een product duurder is, is het meestal van betere kwaliteit)
  28. als je geschoren wordt, moet je stilzitten. (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan.)
  29. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  30. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  31. berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  32. als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  33. als het puntje bij het paaltje komt (=als het erop aankomt)
  34. als puntje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
  35. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  36. bij avond zijn alle katjes grauw (=als het erop aankomt, zijn we allen gelijk)
  37. gezelligheid kent geen tijd. (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt.)
  38. morgen gaat het beter. (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
  39. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. . (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  40. ergens een handje van hebben (=als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen en een ander het werk bv laten doen)
  41. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost.)
  42. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  43. wie a zegt moet ook b zeggen. (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken.)
  44. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest. (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan.)
  45. die het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het best. (=als je ergens vlak bij bent heb je daar vaak meer voordeel van dan wanneer dat niet het geval is)
  46. grijze haren zijn kerkhofsbloemen. (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
  47. wie zwijgt, stemt toe. (=als je het ergens niet mee eens bent, moet je het zeggen)
  48. niet geschoten is altijd mis. (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  49. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  50. ongevraagd, ongeweigerd. (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)

Het dialectenwoordenboek kent 3677 spreekwoorden met `het`

  1. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  2. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  3. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  4. Texels: best gaan (=het gaat goed)
  5. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  6. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  7. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  10. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  11. betuws: krek ut ègustu (=precies hetzelfde)
  12. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  13. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  14. Lopiks: Ik hetter bar wainig zin in joh (=Ik heb er niet echt veel zin in)
  15. Westerkwartiers: dat wichtje hetr snöt ien 'e kop (=dat meisje is pienter)
  16. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  17. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  18. Oudenbosch: en zo gaogut ok mee (=hetzelfde is het geval met)
  19. Munsterbilzen - Minsters: minslief, laef vendaog (=heb in 't leven eerder spijt van hetgeen je NIET gedaan hebt)
  20. West-vlaams: de hetten an en (=aangeschoten zijn)
  21. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  22. Lauws: ge zi gie zekerst zot! (=Ik ben van mening dat hetgene u vertelt nonsens is.)
  23. Weerts: Gae hetj 'ne kop of dej-je de hel geblaoze hetj (=Iemand met een bezweet hoofd)
  24. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  25. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  26. Texels: De ruûf hangt deer hóóg (=Ze zijn daar arm, het is daar armoedig)
  27. Tilburgs: eush (=hetgeen u mij nu verteld verbaast mij ten zeerste)
  28. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  29. Tilburgs: swirskaante inder (=aan beide zijden hetzelfde)
  30. Munsterbilzen - Minsters: das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje)
  31. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  33. Westerkwartiers: 't is van 't zulfde loak'n 'n pak (=het komt op hetzelfde neer)
  34. Westerkwartiers: hij is uut 't zulfde holt sneed'n (=hij is van hetzelfde soort)
  35. Aalsters: vansgeloiken (=voor jou hetzelfde)
  36. Weerts: gae hetj nog te völ haor op eure kop um mei-j te kalle (=iemand met geen ervaring)
  37. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  38. Westerkwartiers: d'r is doar weineg varioatie (=het is daar altijd hetzelfde)
  39. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  40. Tilburgs: krèk haorinder utzèllefde (=precies hetzelfde)
  41. Aalsters: ge hetj licht op (=je hebt een snottebel aan je neus hangen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  43. Weerts: gae mótj uch wieëte te behelpe in eur êrremooj, ânges zeejje neet waert dejje ze hetj (=tevreden zijn met wat je hebt)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tkümp ammel oppet zelfste daol (=het gaat om hetzelfde)
  45. Gronings: t is ain mouders goud (=het is allemaal hetzelfde)
  46. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  48. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  49. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  50. Bilzers: das zjus prêl (=dat is precies hetzelfde)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen