Er zijn geen spreekwoorden gevonden die `gezondheid` bevatten.
7 betekenissen bevatten `gezondheid`
- als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
- een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
- haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
- bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
- lachen is het beste medicijn (=lachen is goed voor je gezondheid.)
- aan de kwakkel zijn (=last hebben van de gezondheid)
- wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
25 dialectgezegden bevatten `gezondheid`
- as je gezond benn'n, ben je riek (=gezondheid is een groot goed) (Westerkwartiers)
- Bange veur d'eierkorf (=Angst voor de gezondheid) (Giethoorns)
- dammer nog vele meun meun (=op uw gezondheid) (Kaprijks)
- gelékkëglëk ès men gezondhed goed en men memoere slaech (=gelukkig heb ik nog een goede gezondheid en een slecht geheugen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gelök is gebazeerdj op ein gooj gezóndjheid en e slecht geheuge! (=Geluk heeft als grondslag een goede gezondheid en een slecht geheugen!) (Kinroois)
- gezondheid / Wie het eerste op zún kont lijdt ! (wie het eerste dood is/op z'n kont ligt) (=gezondheid ! ( bij niezen)) (Utrechts)
- hi-j stek niet goed in zien vel (=Geen goede gezondheid) (Giethoorns)
- ij staot aon un kwaoj e-ndje (=dit loopt niet goed af met zijn gezondheid) (Oudenbosch)
- ij zit in't sukkelstroatsjen (=hij begint tegenslag te krijgen met zijn gezondheid) (Kaprijks)
- ijtur wir veul meer aon verspeuld (=zijn gezondheid is nog veel verder verzwakt) (Oudenbosch)
- in damm-er nog vele meuë-meuën (=een goede gezondheid (toegewenst)) (Kaprijks)
- In gie goe vel zitten (=De gezondheid is niet goed.) (Bevers)
- lijnk nen achttienmoandre (=fitheid, lenigheid, gezondheid uitstralend) (Waregems)
- Moager en gezond en kakken as 't komt. (=Alles in orde met mijn gezondheid en ik laat de dingen zijn beloop.) (Dilbeeks)
- Mouger en toa gelijk de bokken va Snoa (=In goede gezondheid) (Snoas)
- Niet al te tierig wezen (=Niet in goede gezondheid verkeren) (Giethoorns)
- Old en stief en nog gien tachtig (=Iemanddie altijd klaagt over zijn gezondheid) (Giethoorns)
- op je mule (=op je gezondheid) (Bachten de kupes)
- prakkesiër nie te viël ofte kraajgs nog koppaajn (=nadenken is slecht voor je gezondheid) (Munsterbilzen - Minsters)
- santé santoader, 'k ê liever bier of woader (=op uw gezondheid) (Kaprijks)
- Vreet het gezondheid op, maar ik mot ut niet. (=Getver, lust jij dat) (Utrechts)
- Vreet het in gezondheid op ! (=Wanneer iemand zegt iets lekker te vinden waar jij van walgt:) (Utrechts)
- ziek zin ès slaeg vër de gezondheid (=ook een lichte verkoudheid kan erger worden) (Munsterbilzen - Minsters)
- zoer èn de mond, mok ët hat gezond (=gezondheid zit niet in zoete dingen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Zörg da’j glans op de köttel holdt (=gezegd tegen iemand die men een goede gezondheid toewenst) (Barghs)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen