Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `geweest`

  1. als hadden geweest is, is hebben te laat. (=niet zeuren over gedane zaken)
  2. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  3. hij is in Rome geweest, maar heeft de Paus gemist (=hij heeft het belangrijkste laten schieten)
  4. hij is op het glazen bruggetje geweest (=hij is in doodsgevaar geweest, op het nippertje ontsnapt)
  5. met de prins over de Maas geweest zijn (=veel meegemaakt hebben)
  6. met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)

7 betekenissen bevatten `geweest`

  1. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest)
  2. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  3. 't Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  4. hij is op het glazen bruggetje geweest (=hij is in doodsgevaar geweest, op het nippertje ontsnapt)
  5. nakaarten heeft geen zin (=men moet niet doorgaan met zeuren over iets dat al geweest is)
  6. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)
  7. goed boeren / goed geboerd hebben (=succesvol geweest zijn, vooral financieel)

Het dialectenwoordenboek kent 59 spreekwoorden met `geweest`

  1. Vechtdals: ewes hem'm (=geweest zijn)
  2. Erps: wor zeje gij nortoe geweest (=waar ben jij geweest)
  3. Diesters: emmettem gevuugt (=hij is braaf geweest)
  4. Oudenbosch: ijeetum wir om gat (=hij is weer dronken geweest)
  5. Ursels: hij heefd een toakelinge gehad (=hij is zwaar ziek geweest)
  6. Oudenbosch: daorebbe we geluk mee gat (=dat is een meevaller geweest)
  7. Bilzers: zoe mieg as kaa pap (=t' is genoeg geweest)
  8. te wasskippen weest: te waskippe weest (=op visite geweest)
  9. Gronings: t Het mooi west (='t Is mooi geweest)
  10. Drents: De dikste proemen bent schud (=Het belangrijkste is geweest)
  11. Westerkwartiers: 't is mooi west (='t is mooi geweest)
  12. Oudenbosch: diejis bekaant vannut matje gewiest (=hij is bijna dood geweest)
  13. Oudenbosch: ijee oute pijle / ooi geschete (=hij is erg bang geweest)
  14. Sallands: 't is mooi ewes (=Het is mooi geweest)
  15. Zeeuws: wi bin jie ewist (=waar ben je geweest)
  16. Twents: woar bin ie west? (=waar ben je geweest?)
  17. Eindhovens: Ben wiste pisse... (=Ik ben naar de toilet geweest...)
  18. Sallands: ik binne noar oogeveene ennewest (=ik ben naar hoogeveen geweest)
  19. werkendams: Waar hedde gij uitgehongen?\r\nWaor ben de gij gewist? (=Waar ben jij geweest?)
  20. Eekloos: Zes mee heur hoar gewest (=Ze is naar de haarkapper geweest)
  21. Veurns: die beeëste is ol èsproeng'n èwist (=dat dier is al bezaaid/gedekt geweest)
  22. Oudenbosch: ijeettum nog lang zitte rije (=hij is nog lang kwaad geweest)
  23. Waaslands: die eet neefste de pot gepist (=hij heeft vreemd geweest)
  24. Oudenbosch: ijee altij gezope asun eggel (=hij is een groot innemer geweest)
  25. Bilzers: hae és nog nautte dieër aut gewés (=hij is nooit op reis geweest)
  26. Lopiks: Hebbie dr al gedouwt? (=Ben je al met haar geweest?)
  27. Westfries: an de rol weest (=met iemand naar bed geweest zijn)
  28. Sint-Niklaas: nô èd op minnen teen getrapt (=nu is het genoeg geweest)
  29. Munsterbilzen - Minsters: gank nau mèr sloëpe ! (=nu is het wel goed geweest !)
  30. Oudenbosch: in Steenbaarge naor de kerk gewiest zijn (=niet in de mis geweest zijn)
  31. Bilzers: daaj hètte sjummel tèsse hër been ston (=daar is in jaren geen man meer aan geweest)
  32. Zuid-west-vlaams: ollene peird en karre is ter nog nie overgereden (=een vrouw die met meerdere mannen geweest is)
  33. Flakkees: 'T was mar un blauwe maendag (=Als iemand ergens kort lid/bij is geweest)
  34. Oudenbosch: deris daor ontaort veul volluk gewiest (=er zijn daar heel veel mensen geweest)
  35. Venloos: Mukke bummele (=fictieve plaatsnaam, gebruikt als antwoord op de vraag waar men geweest is)
  36. Oudenbosch: ijis nooit op un aander gewiest (=hij is nooit buiten de deur geweest)
  37. Waregems: tes 'n beskeetn komissie, 't ee veur niets ediend (=het is een maat voor niets geweest)
  38. Brakels: z'ès bedrôôn geweest (=ze is ongewenst zwanger)
  39. Bilzers: Hübste ze létte vérve of autblétse (=Ben je met Pasen ook naar de kliniek geweest)
  40. Oudenbosch: as m n taante n manneke waar gewiest dan waarut m n oom (=als dat anders was geweest)
  41. Lummens: ich zen noo de noishool gegoon (=ik ben naar de naaishool geweest)
  42. Lebbeeks: 'k Em mé mijn aur gewest (=Ik ben naar de kapper geweest.)
  43. Diesters: doar es sjuseke nog ni geweest (=afgelegen plaats)
  44. Westfries: Het je weer met je reet omhoug sleipen? (=Flink aan de borrel geweest)
  45. Antwerps: 'kep eur alle oeke van de slopkaomer loate zing (=ik ben met haar naar bed geweest)
  46. Westerkwartiers: we hemm'm eev'm keek'n hoe 't ien leek leek (=we zijn even naar leek geweest)
  47. Gronings: Kou het vergeetn dat e kaalf west het (=HHij/zij vergeet dat hi/zij ook jong geweest is)
  48. Twents: Ti's nog nooit zo donker wes of het wordt wal weer licht (=Het is nog nooit zo donker geweest of het wordt wel weer licht)
  49. Munsterbilzen - Minsters: vrigger, waaj de beiste nog koste kalle, wos alles zoe simpel en sjaun (=iedere uil is ooit een uilskuiken geweest)
  50. Steins: Bèsse van de trap aaf gevalle ?? (=opmerking aan iemand die net naar de kapper is geweest (3))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen