Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `geloven`

  1. eraan moeten geloven (=of iemand wil of niet, het moet toch gebeuren)
  2. ergens geen spaan van geloven (=niets ervan geloven)
  3. iemand geloven bij ja en neen (=iemand op zijn woord geloven)
  4. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  5. zijn ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
  6. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)

12 betekenissen bevatten `geloven`

  1. een doorgestoken kaart. (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is.)
  2. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en grapjes over gaan maken)
  3. voor goede munt aannemen (=geloven)
  4. zijn ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
  5. iemand geloven bij ja en neen (=iemand op zijn woord geloven)
  6. iets voetstoots aannemen (=iets geloven zonder bewijs / iets tegen zijn zin aannemen)
  7. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)
  8. iets voor zoete koek slikken (=iets zomaar geloven)
  9. zijn ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
  10. ergens geen spaan van geloven (=niets ervan geloven)
  11. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  12. veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven. (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)

Het dialectenwoordenboek kent 29 spreekwoorden met `geloven`

  1. Mestreechs: gelouf, geluive, iech geluif (=geloof, geloven, ik geloof)
  2. Munsterbilzen - Minsters: n kat énne zak koope (=blindelings geloven)
  3. Bilzers: ich geleef nie en sinterkloës (=moeilijk te geloven)
  4. Zeeuws: kheloof at vlie-es beter is as de bie-enen (=geloven)
  5. Zwevegems: éwel gardeveau (=het is niet te geloven)
  6. Sint-Niklaas: amai mijne frak (=niet te geloven)
  7. Westerkwartiers: wils't wel loov'm dat . . (=wil je wel geloven dat . .)
  8. Westerkwartiers: huuf'st mij niet loov'm (=je hoeft mij niet te geloven)
  9. Westerkwartiers: kins't mij loov'm of niet (=je kunt mij geloven of niet)
  10. Werkendams: Ge mot nie alles geleuve wa ze schrijven (=Je moet niet alles geloven wat ze schrijven)
  11. Opglabbeeks: nuuw zeik mich de stöf uut (=niet te geloven, daar sta ik perflex van)
  12. Oudenbosch: van fijne praoters en fijne regen daor worde nat van (=je moet huichelaars niet geloven)
  13. Munsterbilzen - Minsters: van zeverrèrs en motraenger wiëste ferm naot (=je moet niet alles geloven)
  14. Oudenbosch: wa zijddun manne nallemaol (=niet te geloven !)
  15. Zolders: Och gè. (=Dat kan ik moelijk geloven.)
  16. Tilburgs: kan goet gebeure (=ik wil het best geloven)
  17. Antwerps: amaai mijne frak (=niet te geloven)
  18. Brugs: t'i nie geloofluk (=niet te geloven)
  19. Waregems: nie geluuëflijk! (=niet te geloven!)
  20. Tilburgs: irst ut kiendje zien, dan pas wiege (=eerst zien, dan pas geloven)
  21. Tongers: hot oer möle tauw veur dè (=ge moet hem niet geloven)
  22. Westerkwartiers: loov'm doe'j ien 'e kerk (=geloven doe je in de kerk)
  23. Oudenbosch: begrepte gij da nou ? (=dat is toch niet te geloven)
  24. Gils: ze zegge zoveul / geleufde ge dè (=je moet niet alles geloven)
  25. Munsterbilzen - Minsters: azichter mene vinger nie kan ènstaeke, geleef ichet nie (=eerst zien en dan geloven !)
  26. Tilburgs: tis tòch stèèrk war ! (=het is toch bijna niet te geloven, nietwaar !)
  27. Diesters: Ij kan er me ze verstand ni bij (=hij kan het niet geloven)
  28. Weerts: gae zootj t'r 'n hoês op bouwe en 'n schiêthoês veltjer op um (=iemands praatjes niet zonder meer geloven)
  29. Steins: dae huit zich get oet ziene nek (=Die kun je niet alles geloven)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen