Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


31 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gek`

  1. al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  2. alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
  3. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd. (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis.)
  4. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
  5. de boon van de koek gekregen hebben (=geluk gehad hebben)
  6. de gek met iemand steken (=spotten met iemand)
  7. de gekken krijgen de kaart. (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  8. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  9. door de kluisgaten aan boord gekomen zijn (=bevelhebber worden na het doorlopen van alle lagere rangen)
  10. door een gekleurde bril (=op een bevooroordeelde manier)
  11. een aangeklede aap (=een bespottelijk iemand)
  12. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  13. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  14. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  15. elke gek heeft zijn gebrek. (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  16. ergens voor geknipt zijn (=er zeer geschikt voor zijn)
  17. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  18. gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
  19. gekroesd haar gekroesde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
  20. gekruld haar gekrulde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
  21. het is van de gekke (=het zou niet mogen)
  22. hij heeft een klap van de molen gekregen. (=hij is niet goed meer bij zijn verstand)
  23. iets door een gekleurde bril zien. (=de zaken niet onbevooroordeeld bekijken.)
  24. op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)
  25. schelen zijn de mooisten niet, maar ze worden wel het meest aangekeken. (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen.)
  26. van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
  27. veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven. (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)
  28. voor een appel en een ei iets hebben gekocht/verkocht (=iets voor een veel te lage prijs hebben gekocht of verkocht)
  29. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  30. zacht gekookt eitje (=een eenvoudige zaak)
  31. zo gek als een deur (=stapelgek.)

61 betekenissen bevatten `gek`

  1. voor heter vuren gestaan hebben (=al groter problemen gekend hebben)
  2. na gedane arbeid is het goed rusten. (=als een klusje geklaard is kan men er tevreden op terug kijken dat het af is)
  3. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand. (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  4. niemand genoemd niemand geblameerd (=als er geen namen genoemd worden, wordt niemand gekwetst)
  5. ben je belatafeld (=ben je gek)
  6. van de ratten besnuffeld/gebeten zijn (=ben je nu helemaal gek!)
  7. geen pot zo scheef of er past een deksel op (=bij iedere man past wel een vrouw (en omgekeerd))
  8. dat loopt de spuigaten uit (=dat is al te gek)
  9. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen. (=dat is al te gek.)
  10. de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
  11. de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
  12. hij heeft met een zilveren (of gouden) hengel gevist (=die heeft vis gekocht in plaats van gevangen. Ook: met bedrog zijn doel bereiken)
  13. goed gereedschap is het halve werk. (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  14. gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
  15. op de lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
  16. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  17. er is een steek aan los (=er is iets niet in orde, hij is (lichtjes) gek)
  18. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd.)
  19. een punthoofd krijgen van (=ergens compleet gek van worden)
  20. iets hoog opnemen (=ergens zeer gekrenkt over zijn)
  21. een poets bakken (=erin laten lopen - voor de gek houden)
  22. niet wel bij het hoofd (=gek)
  23. op zijn achterhoofd gevallen (=gek)
  24. niet goed snik zijn (=gek zijn (iemand))
  25. gewogen maar te licht bevonden. (=gekeurd en afgekeurd worden)
  26. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  27. de stoppen slaan door (=gezegd van iemand die totaal uit de bol gaat, gek wordt)
  28. het is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekost)
  29. wie het eerst komt, het eerst maalt. (=het wordt toegekend aan degene(n) die het eerst komt)
  30. er loopt bij hem een streep door (=hij is een beetje gek)
  31. hij is van God los. (=hij is gek, je boven de wet bevinden)
  32. zo glad als een aal (paling) (=hij is geslepen, uitgekookt)
  33. zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)
  34. oud mal gaat bovenal (=hoe ouder hoe gekker)
  35. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  36. iemand voor het lapje houden (=iemand iets wijs maken of voor de gek houden)
  37. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  38. iemand in de maling nemen (=iemand voor de gek houden)
  39. met iemand spelen als de kat met de muis (=iemand voor de gek houden)
  40. iemand bij de neus nemen. (=iemand voor de gek houden; iemand bedriegen.)
  41. met iemand zijn voeten spelen. (=iemand voor de gek houden.)
  42. geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
  43. voor een appel en een ei iets hebben gekocht/verkocht (=iets voor een veel te lage prijs hebben gekocht of verkocht)
  44. iemand in het ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
  45. op salet zitten (=mooi aangekleed zijn en niet werken)
  46. gewogen en te licht bevonden (=na onderzoek afgekeurd zijn)
  47. hier niet zijn om vliegen te vangen (=niet gekomen om de tijd de verdoen)
  48. niet goed bij zijn hoofd zijn. (=niet goed wijs zijn, gekke dingen doen.)
  49. het achterste voor (=omgekeerd)
  50. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)

Het dialectenwoordenboek kent 267 spreekwoorden met `gek`

  1. Mestreechs: kinne, kin, kinde, gekind (=kennen, ken, kende, gekend)
  2. Houtens: Ik eb em nog gekenne (=Ik heb hem nog gekend)
  3. Munsterbilzen - Minsters: kloeteraaj (=alle gekheden op een stokje)
  4. Sint-Niklaas: ze zit in de Poapenakkers (=zij verblijft in het gekkenhuis)
  5. Aalsters: kem ie een saas veern (=ik heb in mijn broek gekakt)
  6. Gents: ij ee zijn kerre gekierd (=hij is veranderd van gedacht)
  7. Munsterbilzen - Minsters: das sjau gekald (=dat is straffe praat)
  8. Sint-Niklaas: è zit in de Niesstroat (bè de Broeders) (=hij verblijft in het gekkenhuis)
  9. Munsterbilzen - Minsters: èn alle gekkighèts (=alle gekheid op een stokje)
  10. Bilzers: As n aa sjier én brand slig, ester gee blësse mei on (=Hoe ouder hoe gekker !)
  11. Mestreechs: kinne, kaan, kós, gekind (=kunnen, kan, kon, gekund)
  12. Hals: ei èèt zen oer gekamd oen de grille van 't park (=kammen)
  13. Westerkwartiers: ze waark'n as gekk'n (=ze werken in een ijltempo)
  14. Munsterbilzen - Minsters: zwatte snei gezien hëbbe (=armoede gekend hebben)
  15. Bilzers: gekaand zin as (=bekend staan als)
  16. Iepers: e'nes ze schuppe gekeust (=van iemand die vertrokken is)
  17. brabants: un zotte spol (=een gekke meid)
  18. Sint-Niklaas: 't kinnekkun é kinnekkussuiker gekakt (=suikerbonen bij geboorte)
  19. Veldens: Wuilese (=Veldenaren met gekke Moandaag)
  20. Lichtervelds: zis in eur toern (=ze heeft een gekke bui)
  21. Lichtervelds: kwos zjuuste me gat gekièèrd (=ik was nog maar net vertrokken)
  22. Waregems: in de mès (meers) gekipt - ie es presies van sellewie (St.-Lodewijk-Deerlijk) (=achterlijk)
  23. Mechels (BE): aei veul zwette snee gezeen (=hij heeft veel armoede gekend)
  24. Snekers: Hèsto Ouwe Wieltsje konnen (=Heb jij Oude Wieltje gekend)
  25. Walshoutems: De skalei moet gekied wodde. (=De stoep moet geveegd worden)
  26. Horster: din tikt nì richtig (=iemand die gekke dingen doet)
  27. Westerkwartiers: wa's dat 'n haalfwieze kirrel (=wat een gekke man is dat)
  28. Weerts: dao esse mét kwaoj hang aan gekaome (=daar is iemand niet op een eerlijke manier aan gekomen)
  29. Rotterdams: Als, als de ene chinees, de andere niet had gekeest, dan ware er nooit zoveel chineze geweest. (=Als)
  30. Liemers: Een gekege paerd mo'j nie in de smoel kieke. (=gekregen paard niet in de bek kijken.)
  31. Lebbeeks: augschèir: Eel aur es afgedaun mé en augschèir (=Ze is slecht gekapt)
  32. Iepers: e'nes ze schuppe gekeerd (=van iemand die pas overleden is)
  33. Haarlems: Ik heb geen rooie plakker (moet niet gekker worden) (=Ik heb geen rooie cent)
  34. Oudenbosch: kweenie wie a faoders ge-kent-eed (=ik weet niet wie ons vader gekend heeft)
  35. Genneps: Gén gekke sprung kunne maken (=Geen bokkesprongen kunnen veroorloven)
  36. Tegels: as dae wys is zien alle gekke wys (=volkomen geschift!)
  37. Genneps: goed vor Venroaj (=gek zijn)
  38. Sint-Niklaas: e piellukke gekapt eten (=een klein beetje gehakt eten)
  39. Gronings: dei's maf (=die is gek)
  40. Enschedees: to be an anpa (=gek zijn)
  41. Bosch: bende gauw gek! (=ben je helemaal gek geworden!)
  42. Neerpelts: ziedde gek (=ben je gek)
  43. Haarlems: dat is maf (=dat is gek)
  44. Amsterdams: die moet naar palviljoen 3 (=gek)
  45. Lommels: kölhowes (=gek iemand)
  46. Ninoofs: spasjezot (=volslagen gek)
  47. Munsterbilzen - Minsters: zoe los assen mieëlepoeët (=gek)
  48. Tilburgs: beeter gèk gepròt as gèk gedaon (=beter gek gesproken dan gek gedaan)
  49. Munsterbilzen - Minsters: tés n weelde aste mét weineg kons laeve (=rijkdom kan je niet waarderen als je nooit armoe hebt gekend)
  50. Westerkwartiers: bis't gek ?! (=ben jij gek ?!)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen