Spreekwoorden met `geb`

Zoek


76 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `geb`

  1. `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
  3. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  4. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  5. als de ragebol rust werkt de spin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)
  6. als door een adder gebeten zijn (=opeens fel reageren)
  7. beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
  8. beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
  9. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  10. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  11. bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
  12. binnenskamers gebleven (=geheim gebleven)
  13. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  14. daar wordt niet hard op gebikt. (=met tegenzin eten.)
  15. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  16. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  17. dat zit gebeiteld (=dat komt in orde)
  18. de berg heeft een muis gebaard (=ondanks de grote beloften is er vrijwel niets van terecht gekomen)
  19. de bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
  20. de gebeten hond zijn (=ten onrechte worden beschuldigd)
  21. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  22. de liefde kent vlek nog gebrek. (=verliefde mensen zijn blind voor tekortkomingen van hun partner)
  23. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  24. de tijd is snel, gebruikt hem wel. (=verspil geen tijd aan onbelangrijke dingen)
  25. de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
  26. die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
  27. een doodgeboren kindje (=waardeloos, zonder toekomst)
  28. een dronkemansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
  29. een morse muur is snel afgebroken (=een slechte zaak gaat niet lang mee)
  30. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  31. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  32. er gezoden en gebraden liggen. (=ergens heel vaak zijn)
  33. er op gebrand zijn (=iets heel erg fijn vinden en er naar streven)
  34. gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
  35. gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
  36. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  37. goed boeren / goed geboerd hebben (=succesvol geweest zijn, vooral financieel)
  38. heet gebakerd (=driftig van aard)
  39. het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verspillen aan degenen die het niet waarderen)
  40. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  41. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
  42. iets niet kunnen gebeteren (=iets niet kunnen verhelpen)
  43. in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
  44. in gebreke blijven (=zijn taak (belofte) niet uitvoeren)
  45. in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  46. in gebreke zijn (=de taak niet naar behoren uitgevoerd hebben)
  47. je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  48. je verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  49. je woorden worden weer thuisgebracht. (=als je iets negatiefs zegt kan dat leiden tot negatieve gevolgen voor jezelf)
  50. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))

115 betekenissen bevatten `geb`

  1. het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
  2. berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  3. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  4. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  5. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  6. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  7. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  8. haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
  9. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  10. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  11. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  12. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  13. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  14. dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is een ongewone gebeurtenis)
  15. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  16. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  17. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  18. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  19. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  20. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  21. Hansje in de kelder. (=de ongeboren baby)
  22. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  23. bot gegeten hebben (=dom geboren zijn en zo blijven)
  24. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  25. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  26. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  27. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  28. in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  29. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  30. een muur van onbegrip (=een hardnekkig gebrek aan begrip)
  31. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  32. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  33. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  34. één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
  35. een kerel als Kas (=een stevig gebouwde kerel (ironisch bedoeld))
  36. teken aan de wand (=een waarschuwing dat er iets gaat gebeuren)
  37. door de molen halen (=een zeer uitgebreide procedure doen ondergaan)
  38. elk waarom heeft zijn daarom (=elke gebeurtenis heeft een oorzaak)
  39. ieder kwartier heeft zijn manier. (=elke streek heeft haar eigen gebruiken)
  40. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  41. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  42. er is meer dan de molen in het woud omgegaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
  43. bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
  44. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  45. het levenslicht aanschouwen/zien (=geboren worden)
  46. binnen zijn (=geborgen zijn)
  47. binnen mikken zijn (=geborgen zijn)
  48. binnenskamers gebleven (=geheim gebleven)
  49. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  50. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen