Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `gave`

  1. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)

11 betekenissen bevatten `gave`

  1. een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
  2. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  3. een rib(be) uit iemands lijf (=een grote uitgave)
  4. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  5. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  6. het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
  7. ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
  8. als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk)
  9. sine anno (=zonder opgave van jaar)
  10. sine loco et anno (=zonder opgave van plaats en jaartal)
  11. op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `gave`

  1. Gavers: De kolieren van Goavre (het woord is afkomstig van mannen die hemden droegen met stijve boorden) (=gaverlingen (burgerij))
  2. Gavers: Tonzend (=Bij ons thuis)
  3. Gavers: tennen oasem (=buiten adem)
  4. Gavers: zu breun'of 'n espe (=dronken)
  5. Westerkwartiers: ze gaav'm 'em 't volle pond (=ze gaven hem de volle lading)
  6. Gavers: Tes keirmesse in d'elle (=Vorming van regenboog)
  7. Gavers: kben mij aan t'ferliejn (=ik verveel mij)
  8. Gavers: Ben scheel van den onger (=Inheb hinder)
  9. Gavers: van 'n hoaze gepoept (=rap zijn)
  10. Gavers: J,ee een stuk in zeen voetn (=Hij is dronken)
  11. Gavers: Ik at hem vaste aan t,ges (=Hij houdt stand)
  12. Gavers: Ken betraje.em veur gjien oar (=Ik vertrouw hem niet)
  13. Gavers: Tuitsespap (=Gekookte karnemelk met aardappelen en muscaatnoot)
  14. Gavers: op ne mol zitten (=voor zich uitstaren)
  15. Gavers: zijn geld in de Schelde smijten (=zijn geld verkwisten)
  16. Gavers: ei zit doar gelijk nen uil op nen kluit (=voor zich uitstaren, niet weten wat beginnen)
  17. Gavers: Een dessinge (=Een klap om de oren)
  18. Gavers: over en tweere (=heen en weer)
  19. Gavers: Zot zeen ,n doe gjiene zjiere (=Gek doen)
  20. Gavers: uit de rote klappen (=wartaal spreken)
  21. Gavers: Vaugt doar auen slets an (=Trek het je niet aan)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen