8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `fw`
- afwijzend beschikken op (=het verzoek weigeren)
- bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
- dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
- de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
- de teugels afwerpen. (=het loslaten van regels en verantwoordelijkheden)
- er geen tittel of jota van afweten (=er helemaal geen kennis van hebben)
- het juk afschudden/afwerpen (=zich vrijmaken)
- schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
25 betekenissen bevatten `fw`
- je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
- onder water zijn (=afwezig zijn)
- verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
- een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
- de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
- een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
- er geen laars van weten (=er niets van afweten)
- iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
- op het procrustesbed leggen (=grofweg inkorten)
- op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen)
- de laatste loodjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
- het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
- het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
- aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
- de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
- de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
- de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
- het ringetje van de deur kussen (=onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
- de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
- kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
- geduld is een schone zaak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
- haastige spoed is zelden goed (=zaken in te hoog tempo afwerken vergroot de kans op fouten)
- iemand de nek toekeren (=zich minachtend van iemand afwenden)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen