Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eruit`

  1. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  2. Achteruit gaan als een hollend paard. (=Snel terrein verliezen)
  3. achteruit zeilen (=achteruit gaan)
  4. de boter eruit braden (=het ervan nemen)
  5. de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
  6. eruit komen (=een oplossing vinden)
  7. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  8. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  9. eruit zien om door een ringetje te halen (=er keurig uitzien)
  10. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  11. Je ziet eruit als een afgegoten patat (=Katerig)
  12. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)

5 betekenissen bevatten `eruit`

  1. achteruit zeilen (=achteruit gaan)
  2. zich in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  3. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  4. in het achterschip geraken (=in zaken achteruit gaan)
  5. rust roest (=wanneer je niets doet gaat je vermogen achteruit)

Het dialectenwoordenboek kent 15 spreekwoorden met `eruit`

  1. Astens: hij is goe opgedreugd (=goed eruitzien)
  2. Genneps: den snut ze (=Veel geld eruit halen)
  3. Fries: Ik ha de put derút! (=Ik heb de put eruit)
  4. Westerkwartiers: 'k zal dij d'r uut benzeln (=ik zal jou eruit gooien)
  5. Bilzers: hür joeng gon autvliege (=ze puilen eruit)
  6. Zeeuws: Z'n padje schôôn veehe (=Zich eruit praten)
  7. Bilzers: de joeng gon auttet nès valle (=de boezem dreigt eruit te glippen)
  8. Temse: Maukt da ge weg zijt of 'k geef au nen trok in a ol (=Ga weg voor ik je eruit gooi!)
  9. Munsterbilzen - Minsters: de grap ès nau wol traut (=de aardigheid is nu wel eruit)
  10. Westerkwartiers: doar is 't gat van de deur (=eruit jij !!!)
  11. Bergs: neijt 'm er noe is uit (=en nou eruit)
  12. Brabants: iemand duruit bossen (=iemand eruit gooien)
  13. Westerkwartiers: dat knipp'n we d'r uut (=knippen - dat knippen we eruit)
  14. Westerkwartiers: ze benn'n d'r uut smeet'n (=smijten - zij zijn eruit gesmeten)
  15. Liemers: D'r ech schoon gewasse glad geschaore en kortbi-jgeknip uutzie:n alaeneg steeh dah bi-j ow d'r 'n bitje al te sjappieachtegs uut ! (=Op z`n paasbest eruit zien)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen