Spreekwoorden met `eri`

Zoek

35 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eri`

  1. aan zijn gerief komen (=vinden wat men nodig heeft (inz. seksuele behoeften))
  2. achterin de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  3. ad interim (=tijdelijk - tussentijds) (Latijn)
  4. Amerikaanse toestanden. (=overdreven grote en heftige situatues)
  5. bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
  6. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  7. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  8. de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
  9. de sokken erin zetten (=hard weglopen)
  10. de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
  11. de tering naar de nering zetten (=leven met de middelen die men heeft)
  12. de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen)
  13. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  14. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  15. een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nodig was)
  16. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  17. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  18. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  19. garnaal/spiering is ook vis als er anders niet is. (=wees tevreden met wat je kunt krijgen)
  20. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  21. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  22. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet)
  23. hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  24. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  25. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  26. ik mag de tering krijgen (=er zeker van zijn)
  27. leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
  28. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  29. lot uit de loterij (=onvoorspelbaar)
  30. redenering van Jan Kalebas (=dwaze onlogische redenering)
  31. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  32. verandering van spijs doet eten (=eens iets anders te doen doet de mens goed)
  33. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
  34. wie een zin begint met ik is een grote stommerik. (=ik aan het begin van een zin is niet zoals het hoort)
  35. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)

95 betekenissen bevatten `eri`

  1. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
  2. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  3. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  4. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  5. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  6. boter bij de vis (=betaling bij de levering)
  7. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  8. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  9. het sluit als een bus (=de beredenering klopt)
  10. de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
  11. er de wind onder hebben (=de schrik erin hebben zitten bij ondergeschikten)
  12. als proefkonijn dienen (=dienen voor een of ander experiment)
  13. op til zijn (=dingen zijn op dit moment gaande (met name veranderingen))
  14. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  15. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  16. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  17. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  18. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
  19. redenering van Jan Kalebas (=dwaze onlogische redenering)
  20. een blind paard zou er geen schade doen (=een armoedig interieur)
  21. hazenvlees gegeten hebben (=een bangerik zijn)
  22. iets aan het handje hebben (=een beetje verkering hebben)
  23. een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk bericht staat)
  24. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  25. een krent (=een gierig persoon)
  26. droge stokvis (=een houterig iemand)
  27. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  28. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  29. een ongelikte beer (=een onbeschofterik)
  30. iemand op de vingers tikken (=een standje geven, berispen)
  31. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  32. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  33. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  34. er zijn hoed voor afnemen (=er voor in bewondering staan)
  35. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  36. een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
  37. om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onplezierig)
  38. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  39. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  40. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  41. er Spaans aan toe gaan (=erg wild en rumoerig aan toe gaan)
  42. iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
  43. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  44. een lintje krijgen (=geridderd worden - een compliment krijgen)
  45. van de houvast zijn (=gierig of mager zijn)
  46. van de kleef zijn (=gierig zijn)
  47. op de penning zijn (=gierig zijn)
  48. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  49. iemand op handen dragen (=grote bewondering hebben voor iemand)
  50. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen