10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `er met`
- een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
- een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan)
- er met de botte bijl op inhakken (=ruw te werk gaan)
- er met de grove bijl in hakken (=het brutaal aanpakken)
- er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
- er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
- er met zijn neus bij staan (=er vlakbij staan)
- je er met jantje-van-leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)
- je kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
- lachen als een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
7 betekenissen bevatten `er met`
- er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
- iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
- je anker kappen/lichten (=er met spoed vandoor gaan)
- in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
- iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
- wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster tegen de kop slaan. (=je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
- een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan)
26 dialectgezegden bevatten `er met`
- blèèft ur meej oew pòlle van aaf!! (=blijf er met je handen af!!) (Tilburgs)
- Blieft d’r met de jatten / peute van af! (=Blijf er met je handen van af!) (Aaltens)
- daaj mokde er kotte mêtte mèt (=de poetsvrouw ging er met de grove borstel door) (Munsterbilzen - Minsters)
- dè is ter enne van lek mien vestje (=een niet zo betrouwbaar iemand, die er met de pet naar gooit) (Sin tunnis)
- een voore mee rijn (=er met de vuile voeten van door gaan) (Wetters)
- effe n nessie leeghalen (=Vrienden er met elkaar er op uit) (Westfries)
- ge stot er mi euw snot bai (=je staat er met je neus bovenop) (Geldrops)
- hae lot zich bezeeke bau tër zelf bij steed (=hij trapt er met open ogen in) (Munsterbilzen - Minsters)
- hè wit nie waor zunne kòp stao (=hij is er met zijn hoofd niet bij) (Tilburgs)
- Hee is t'ur met een koore hen-evaart (=hij is er met een kar naartoe gereden) (Epers)
- hij gijt d'r met zeuv'mmijlsleerz'n deurhen (=hij gaat er met hele grote stappen doorheen) (Westerkwartiers)
- hij gijt met de winst striek'n (=hij gaat er met de buit vandoor) (Westerkwartiers)
- Ik zou er met liefde een mittrailleur over halen/ Ik zou er zo een mittrailleur over willen halen (=Ik ben zo klaar met die (groep, etters , politici, etc etc) ( je hekel uitspreken over een groep of persoon)) (Utrechts)
- je gaot er nao toe met e lank gat (=hij gaat er met tegenzin heen) (Kortemarks)
- je goat er met dn groevn bustle deure (=hij pakt het stevig aan) (Lichtervelds)
- je smit er met zijn klakke achter (=Hij zegt zomaar iets) (Kortrijks)
- Juh, wat hebbie dan? (=wat is er met je aan de hand?) (Leids)
- Wa diest na meja jom (=wat is er met jou aan de hand) (Turnhouts)
- wa est mee eu moat (=wat scheelt er met jou vriend) (Gents)
- wa zèede gae tegenkommen (=wat is er met jou gebeurd) (Wichels)
- wad edde gae geeten (=wat is er met jou aan de hand) (Wichels)
- wad: Wad es da mé aa (=Wat scheelt er met jou) (Lebbeeks)
- wadisda mee oe meule (=wat is er met jou) (Maldegems)
- Wattegai (=Wat is er met jou) (Noorderkempisch)
- wuk ist me gie! (=Wat is er met jouw) (Roeselaars)
- zaën staate schoene oantrekke (=er met durf aan beginnen) (Winksels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen