Spreekwoorden met `de tong`

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de tong`

  1. de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
  2. een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
  3. geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
  4. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  5. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  6. het hart op de tong hebben. (=zeggen wat je er van vindt)
  7. op de tong liggen (=zeggensklaar zijn)
  8. over de tong gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)

11 dialectgezegden bevatten `de tong`

  1. 't smêltj inne moond, wi-j doêvestroont (=het smelt op de tong) (Weerts)
  2. babbële waaj ë mertwijf (=het hart op de tong hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. daaj er maul stink van de lieëges (=zij die hun hart op de tong dragen, moeten toch een vieze smaak hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. dat jonje ging over de tong (=er werd over dat jongetje gepraat) (Westerkwartiers)
  5. Dat smaak of dich ein èngelke op de tòng pis!! (=Dat is een heerlijk drankje!!) (Steins)
  6. euver de tóng poepen (=braken, overgeven) (Venloos)
  7. hij haar de tong op 't daarde knoopsgat (=hij was doodmoe) (Westerkwartiers)
  8. Se is nagol sééggerig (=Ze heeft het hart op de tong) (Texels)
  9. ze dragt 'et haart op de tong (=zij is een flapuit) (Westerkwartiers)
  10. ze ging'n over de tong (=er werd over hen geroddeld) (Westerkwartiers)
  11. zij mokt van heur haart gien moordkuul (=zij draagt haar hart op de tong) (Westerkwartiers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen