18 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de lucht`
- beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
- de kou is uit de lucht. (=het is opgelost)
- de lucht hangt nog vol dagen. (=er is tijd genoeg)
- donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
- een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
- een gat in de lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
- er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
- geen kou aan de lucht (=geen gevaar)
- geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
- het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
- in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
- in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
- in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
- kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
- uit de lucht gegrepen (=uit het niets gegrepen, zonder enige grond)
- uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
- uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
- zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
50 dialectgezegden bevatten `de lucht`
- 't go mollejoengn reegn, mollejoeng braakn (=de lucht wordt zwart en het zal hevig regenen) (Ostêns)
- 't kwam zomoar uut de lucht vaal'n (=het kwam heel onverwachts) (Westerkwartiers)
- alleen zene mond goeng wijd genoeg oëpe (=de valschermspringer viel uit de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- aongezien de lucht blaauw is en de schoolmister dronke (=helaas) (Bredaas)
- As de vloren vlaês ziên, zit d`r raegen in de loôch (=Als de vloeren vochtig zijn, zit er regen in de lucht) (Sevenums)
- baeter een bos én de hand dan twei èn de bloes (=beter 1 vogel in de hand dan tien in de lucht) (Bilzers)
- baeter één èn de haan dan tein èn de bloes (=beter 1 vogel in de hand dan tien in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- baeter één tet èn de hand dan twei èn de bloes (=beter één vogel in de hand dan 10 in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- Baeter ein mus in de hangk, dan tien in de lôch (=beter een vogel in de hand dan tien in de lucht) (Heldens)
- baeter en haaf ee as ne liëge dojer (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- baeter verloeëre dan nauts gehad (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- Bèëter inge vògel i gen hand, da tieën i gen loeët (=Beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht) (Nijswillers)
- betre jine veugle in d'an of tiene in de luh (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht) (Harelbeeks)
- Dao is wer ing an 't bronke. (WT) (=Daar hangt een onweer in de lucht) (Mechels (NL))
- de kolle is uut de lucht (=de moeilijkheden zijn verdwenen) (Westerkwartiers)
- de loch ziet paekzwat (=de lucht ziet er heel donker uit) (Munsterbilzen - Minsters)
- de lucht angt lege (=Het kruis v d broek hangt laag) (Zwols)
- de lucht doen brann (=het licht aansteken) (Kaprijks)
- de lucht hangt nog vol met dagen (=moet dat echt nú?) (Westfries)
- de lucht kloart al weer wat op (=ze zien het alweer beter zitten) (Westerkwartiers)
- de lucht veréremoeit (=de lucht betrekt) (Werkendams)
- de lucht werrekt. (=de lucht lijkt wel wat naar onweer te neigen.) (Zaans)
- de lucht zit nag vol dage. (=Tijd genoeg.) (zaans)
- de lucht zit schuw (=het zal onweren) (Kortemarks)
- de raenger vult mèt ganse bèk autte loch (=de regen valt met bakken uit de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- de rin voalt lik schitte ut de lucht (=Het regent pijpestelen) (West-Vlaams)
- de wieës nauts waaj een koe nen haos vink (=soms valt er een oplossing uit de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- doe de lucht dooëd (=doe het licht uit) (Waregems)
- doe de lucht dwod (=doe het licht uit) (Menens)
- doeë valle inkëlë spretsen aut te loch (=er vallen enkele sprenkels regen uit de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- ènt laeve moeste pakke woste pakke kons (=beter 1 vogel in de hand dan tien in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- Er wordt iemand Gejonast. (WT) (=Bij een feest wordt er iemand in de lucht gegooid.) (limburgs)
- Er wordt iemand Gejonast. (WT) (=Bij een feest wordt er iemand in de lucht gegooid.) (Mechels (NL))
- es de lucht dood? (=is het licht uit?) (Waregems)
- gebookaumerd: De loecht es gebookaumerd (=de lucht vertoont kleine witte wolkjes) (Lebbeeks)
- het kloeërt al get op (=de lucht klaart al wat op) (Munsterbilzen - Minsters)
- het raengert tot het zeek (=de regen valt met bakken uit de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- het trèk al op (=de lucht klaart op) (Munsterbilzen - Minsters)
- hij kwam uut de lucht vaal'n (=hij dook plotseling op) (Westerkwartiers)
- ich wiët van toete noch bloeëze (=ik kom uit de lucht vallen) (Bilzers)
- Ik zou da wel wulle, maor aongezien da de lucht blaauw is en de schôôlmister dronke (=Ik zou het wel willen, maar heb nu geen mogelijkheid) (Bredaas)
- In den aurlog wére dèr zoevuil vlégers in de locht dà de musse te voot muste goen.. (=Tijdens WOII waren er enorm veel vliegtuigen in de lucht) (Bierbeeks)
- j' eet u gat in de lucht geschowten (=een vergissing bgaan) (Brugs)
- je slaot e gat in de lucht (=hij slaat er naast) (Kortemarks)
- je sloat e gat in de lucht (=hij slaat ernaast) (Lichtervelds)
- je volt uut de lucht (=hij weet van niets) (Kortemarks)
- kiek us ni de locht (=kijk eens naar de lucht) (Zeeuws)
- kikt ies naar de lucht dur is wa op komst (=er wordt slecht weer verwacht) (Sint-Niklaas)
- leiver één èn de hand, dan twei énde bloes (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- Liën dat de lucht uitgaat. (=Duchtig staan liegen) (Evergems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen