20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dak`
- aan een oud dak moet je veel herstellen (=verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
- daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=daar is men rijk / Daar heeft men overvloed)
- dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
- de mussen vallen (dood) van de daken (=het is snikheet)
- de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
- een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
- een gat in het dak krijgen (=niet erg slim zijn)
- een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- geen beter gemak dan eigen dak. (=thuis voel je je het meest op je gemak)
- goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
- je kan het dak op (=jouw wens wordt niet gehonoreerd)
- men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
- onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
- op je dak krijgen (=iets onaangenaams krijgen)
- te veel pannen op het dak (=te veel die het kunnen horen)
- twee koetsiers op één dak. (=beter is er maar één baas)
- uit je dak gaan (=buiten zinnen raken)
- van de daken schreeuwen (=aan iedereen luid kenbaar maken)
- van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
4 betekenissen bevatten `dak`
- van huis en haard verdreven (=dakloos zijn)
- op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
- op straat staan/zitten (=ontslagen zijn - geen onderdak meer hebben)
- een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
50 dialectgezegden bevatten `dak`
- 'k gon is zing of dak nog ne joenge zaain (=ik ga naar het wc) (Antwerps)
- 'k loate voar'n dak da zoe doen (=laat staan dat ik dat zou doen) (Wevelgems)
- 't komt altied uut, al zoll'n de kraai'n 't van 't dak schreeuw'n (=een geheim blijft nooit geheim) (Westerkwartiers)
- 't lèste stroë aait' dak trekkn (=talmen) (Asses)
- agge die op oew dak krijgt (=daar kun je beter geen onenigheid mee hebben) (Oudenbosch)
- d r zitte duive op ut dak (=kinderen die stiekem zitten mee te luisteren) (Oudenbosch)
- d'r is te vuul dak op 't huis (=er zijn te veel meeluisteraars) (Huizers)
- D'r zitte doeve op 't dak (=Er luistert iets / iemand mee) (Wells)
- da lëp makkemêntëg (=dat loopt niet van een leien dak) (Munsterbilzen - Minsters)
- da viel um koud op z n dak (=dat viel hem erg tegen) (Oudenbosch)
- dak dè (=dat ik dat) (Brakels (gld))
- dat vaalt rauw op ' t dak (=dat komt heel onverwacht) (Westerkwartiers)
- de botter gao tege de zolder (=we gaan uit ons dak) (Nieuw-vossemeers)
- de mau steken (=de mei steken wanneer een huis klaar is om het dak te leggen wordt een takkenbos of ruiker gestoken en de arbeiders worden getrakteerd) (Meers)
- de mu:ssen vall'n van 't dek (=de mussen vallen van het dak) (Wichels)
- De musje valle van ut doak. (=De mussen vallen van het dak (het is heel warm ) ) (Eesjdens)
- de musschje valle dôod van ut dak / Het is bloedjie hêet/ ik het het niet meer/ wat een pleurischjhitte/ tis zo warrem de lappe valle van me lijf (=de mussen vallen dood van het dak af) (Utrechts)
- De musse pleuren dood van 't dak (=het is warm) (Rotterdams)
- De mussen schreeuwen het van het dak af ! (=Iedereen weet het allang en roddelt het hardop door) (Utrechts)
- de pann'n rabbel'n doar op 't dak (=er wordt daar binnen stevig geruzied) (Westerkwartiers)
- der zit un ul ip je dak (=je moet nog je huis verder afbetalen) (West-Vlaams)
- doe je neuze weg dak jn aonzichte zie (=je hebt een grote neus) (Kortemarks)
- Doe marres gek mar hauwet fèèn (=Ga maar eens uit je dak maar hou het netjes) (Kaatsheuvels)
- e mei steken (=de mei steken wanneer een huis klaar is om het dak te leggen wordt een takkenbos of ruiker gestoken en de arbeiders worden getrakteerd) (Meers)
- ehoeste dak o (=gehoest dat ik heb) (Zeeuws)
- er is te veull dak op ut huis (=dit mag niet iedereen niet horen) (Heezers)
- ge kunt opt dak gaon zitte (=je bekijkt het maar) (Oudenbosch)
- hai zit alle doage oep mn dak (=hij is vaak bij ons) (Arendonks)
- Hi-j het nie alle panne op ‘t dak (=Hij is niet goed bij zijn hoofd, hij is een beetje gek) (Achterhoeks)
- huis op dak (=praatje beeindigen als het idee bestond dat er meegeluisterd werd) (Alblasserdams)
- ijee dun piek innut dak gestoke (=hij doet het niet meer) (Oudenbosch)
- in plek van dak da nou gedaon aar (=ik had beter iets anders kunnen doen) (Oudenbosch)
- is t'ier dak moen zijn (=moet ik hier zijn) (Oudenhoofs)
- K'peisn dak erau was (=Ik was heel ziek / Ik was echt geschrokken) (Liedekerks)
- kgao ton nen bustel in min gat stekn en terbinst dak rondlope kan ik nog wa voagn... (=ik ga dan nog meer werken...) (Kortrijks)
- kgon ies kijken of dak nog een manneken ben (=ik ga naar het w.c.) (Sint-Niklaas)
- kwou dak zo rieke was, as de mensen dienken dak bin (=rijke man) (Zeeuws)
- met gaaiman het dak op (=dan het je de poppen aan het dansen) (Drents)
- Moje kieke wa' n dieng dák háá! Valt in de zelfde categori (=Moet je kijken wat een ding ik heb!) (Flakkees)
- oe langer dak getrout zijn, hoe liever dak mijne ond zie (=iemand die al een tijdje gehuwd is) (Lokers)
- oe langer dak getrout zijn, hoe liever dak mijne oond zie (=na een lang huweliijk) (Lokers)
- oe mindre dak weete, oe grustre dak sloape (=wie niet weet, niet deert) (Lichtervelds)
- op 't dèk (=op het dak) (Meers)
- pas ip, d'er zitn mus'n ip 't dak (=opletten wat je zegt, er luisteren kinderen mee) (Izegems)
- stik et wao dak peize (=doe ermee wat je wilt...) (Kortrijks)
- tès Ol Zwuville Of dak et Gat è (=laat maar) (Kortrijks)
- tes vandoage auwen oavend tes morgen auwen dag ben blij dak au besteken mag (=verjaardagsrijm) (Zottegems)
- tis van oîrn zeggn, oak liege ist van oîrn zeggn dak liege (=ik heb het gehoord) (Lichtervelds)
- ut is wir zo eet datt de musse vant dak valle (=het is weer heel erg warm vandaag) (Oudenbosch)
- ut uis is onder de kap (=het huis is klaar t / m het dak) (Oudenbosch)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen