Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `cent`

  1. een fluitje van een cent. (=een eenvoudige taak.)
  2. geen cent te makken hebben (=weinig te besteden hebben)
  3. geen rooie cent waard (=waardeloos)
  4. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)

3 betekenissen bevatten `cent`

  1. iets in de verf zetten (=beklemtonen, accentueren)
  2. de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  3. mijn hoofd staat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)

Het dialectenwoordenboek kent 36 spreekwoorden met `cent`

  1. Sallands: De haane op de knippe haolden. (=Op de centen letten.)
  2. Veurns: 't geld groeit op me rik nieë (=ik verdien ze niet zo gemakkelijk, mijn centjes)
  3. Waregems: nauwkes 30 santimeters (=net geen 30 centimeter)
  4. Sint-Katelijne-Waver: Giêne nagel veu zaa gat te krabbe (=Geen centen hebben)
  5. Sint-Katelijne-Waver: Eu fleuke van ne cent (=Een fluitje van een cent)
  6. Brugs: van enden en tutten maakt men centen en klutten (=spaarzaamheid)
  7. Zaans: 'cent van 't blad (=voor 1 cent snoep uitzoeken)
  8. Westerkwartiers: die het cent'n bij de vleet (=die heeft geld in overvloed)
  9. Bilzers: dat ès geene frang wiëd (=dat is geen cent waard)
  10. Westlands: Hebbie cente bij je (=Of je je protomonee bij je hebt)
  11. Sint-Katelijne-Waver: Eu fleuke va ne cent (=Een fluitje van een cent)
  12. Millings: hoeveel geld heb je nog (=hoevul cent heg ge nog)
  13. Slands: jassie je cente dr niet deur (=maak je niet al je geld op)
  14. Westerkwartiers: die kirrel ken wel poodjeboad'n ien zien cent'n (=die kerel heeft heel veel geld)
  15. Weerts: gae zultj van mien cente gein koêle pisse (=van mij hoef je niks te verwachten)
  16. Overijses: giene rotte kaar nemi (=bezit geen 25 cent meer)
  17. Mestreechs: zoe errem es un kerrek rat (=geen cent te makken)
  18. Haarlems: Ik heb geen rooie plakker (moet niet gekker worden) (=Ik heb geen rooie cent)
  19. Zeeuws: je kiekt of ai je leste cent versnoept ei (=droevig)
  20. Siebengewalds: Den dugt vur gén vief cent. (=Hij deugt niet.)
  21. Alblasserdams: hij weunt in den legen hoek (=iemand die geen cent te makken had)
  22. Bargoens: geen cent te makke (=niets hebben)
  23. Brabants: da gaot as un flutje van ne cent (=dat gaat gemakkelijk)
  24. Beerses: een fleutje van ne cent (=Iets gemakkelijks)
  25. Zeeuws: zen dr cent versnoept (=moeten trouwen)
  26. Sint-Katelijne-Waver: as eu fleuke van ne cent (=dat gaat vanzelf)
  27. Leuvens: dad es e floikke van ne cent (=dat is gemakkelijk te doen)
  28. Lovendegems: een fluitjse van ne cent (=dat heeft niets te betekenen*)
  29. Tilburgs: zò gemèèn as goed van un cent per el. (=dat is rommel)
  30. Gouda: krabbelen om een cent (=elk dubbeltje omdraaien)
  31. Gents: van zijne center zijn (=onthutst zijn)
  32. Zwols: IJ ef gien cent te makke (=Hij heeft geen geld)
  33. Rotterdams: geen cent te makken (=Niets te verteren, zonder gelde zitten)
  34. Westerkwartiers: ik zing gien twee deundjes veur één cent (=ik zeg het niet nog een keer)
  35. Haarlems: ik heb geen piek meer, ik heb geen cent te makken (=ik heb geen geld (meer) / ik ben platzak)
  36. Weerts: dét ès 'n vêrreke dae leutj zich vör vieëf cent met 'nnen breem doeër zien gaât trèkke (=wordt gezegd van een gierigaard)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen