Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bloot`

  1. Aan de ene voet een schoen, de ander blootvoets (=Evenwicht is voornaamst)
  2. bloot slaat dood (=iemand voor het blok zetten: iemand dwingen een keuze te maken)
  3. Wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=Alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  4. zich blootstellen aan (=in aanraking komen met)

Het dialectenwoordenboek kent 22 spreekwoorden met `bloot`

  1. Overpelts: in ouwe nakse stoan (=in uw blootje staan)
  2. Hulsters (NL): in zun blôten stâan (=in zijn blootje staan)
  3. Mols: in uwe flikketeir (=in u blootje staan)
  4. Munsterbilzen - Minsters: èn zene nokse (=in zijn blootje)
  5. Munsterbilzen - Minsters: de breidsjes ligge vër de vinster (=haar borsten hangen half bloot)
  6. Munsterbilzen - Minsters: daaj ès van vieër oeëpe en vanaater nie tau (=ze is wat blootjes gekleed)
  7. Eekloos: z'is vèrre bleutsheuvde (blootshoofd) (=ze is nogal diep gedecolletteerd)
  8. Steins: geine vaam aan zien lief (=helemaal bloot)
  9. Heerlens: Franse brook (=zonder ondergoed, bloot)
  10. Roeselaars: de duvejongen zitten op den boord van t'nest (=een meisje met haar borsten ver bloot)
  11. Hulsters (NL): oew aigen dur deurlegghen (=jezelf ongewild bloot geven)
  12. Mols: In zenne klitser (=Met zijn piemel bloot)
  13. Munsterbilzen - Minsters: geen dikskes trum draeë (=open en bloot vertellen)
  14. Munsterbilzen - Minsters: èn zene flikker (=in zijn bloot lijf)
  15. Hulshouts: Mojenoks en berrevits dé de bemme schesse up schiëve schoverdane (=Moedernaakt en blootvoets door de beemden lopen op schuine schaatsen)
  16. Tilburgs: hij hò blotskòp bèùte gelôope èn toen un goej klèts gevat. (=hij had blootshoofds buiten gelopen en toen een fikse kou gevat.)
  17. Munsterbilzen - Minsters: ze laeve te grabbel goeje (=alles open en bloot vertellen)
  18. Drents: As de fles leeg is, zöt men de ziel. (=Dronken mensen leggen hun ziel bloot)
  19. Oudenbosch: nou zaldie toch vor den blakke motte komme (=nu moet hij echt met de billen bloot)
  20. Prinsenbeek: Die krabbe ze nie bloot (=Die heeft geld genoeg)
  21. Sint-Niklaas: dor kom God è klein Peerke nie ; dor kunde mè ô gat bloot lopen (=heel afgelegen wonen)
  22. Leefdaals: doavui zaa 'k mai bloot gat loate zee (=om aan te geven dat men iets bepaalds graag eet)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen