64 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ade`
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
- advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
- als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
- altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
- arbeid adelt (=van hard te werken word je een nobeler/beter mens)
- de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
- de boter eruit braden (=het ervan nemen)
- de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
- de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
- de haring braden om de hom of kuit (=iets opofferen om een kleinigheid)
- de lade lichten (=geld uit de lade halen)
- de langste adem hebben (=iets het langst volhouden)
- de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
- de wens is de vader van de gedachte (=je gelooft iets, omdat je wil dat het zo is)
- doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
- door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
- een blind paard zou er geen schade doen (=een armoedig interieur)
- een gouden zadel maakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
- eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
- een kwade dronk hebben (=dronken zijn en slecht geluimd)
- een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
- een zoon van zijn vader zijn (=het karakter van zijn vader hebben)
- er gezoden en gebraden liggen. (=ergens heel vaak zijn)
- gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
- geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
- genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden)
- genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
- genadebrood eten (=door anderen onderhouden worden)
- grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zaaks)
- het bloed stolt hem in de aderen (=hij verstijft van schrik)
- het hemd is nader dan de rok (=eigen familie gaat voor)
- het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
- het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
- iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het niet meer aan kan)
- iemand in het zadel helpen (=iemand aan een (goede) functie/positie helpen)
- iemand kunnen verraden en verkopen (=iemand veel te slim af zijn)
- iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
- iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
- iemand van kwade trouw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
- iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
- iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
- in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
- je laatste adem uitblazen (=sterven, doodgaan)
- je moet om de beurt ademhalen (=gezegd als het erg druk is)
- kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
- kwade gezelschappen bederven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
- meer laden dan men dragen kan (=te veel hooi op zijn vork nemen)
- met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
- paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
77 betekenissen bevatten `ade`
- dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
- dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
- de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
- de bokken van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
- het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
- het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
- wie de pot breekt betaalt de scherven (=de veroorzaker van schade moet de situatie zelf rechtzetten.)
- het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
- voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
- het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
- zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
- in het zakje blazen (=een ademtest ondergaan)
- een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
- je in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
- er een gooi naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
- een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
- je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
- niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico`s nemen)
- er een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
- er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
- iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
- met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
- er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
- de lade lichten (=geld uit de lade halen)
- geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
- dood en verderf zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
- in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
- vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- een zoon van zijn vader zijn (=het karakter van zijn vader hebben)
- een aardje naar zijn vaartje (=het karakter van zijn vader hebben)
- `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
- in de roos schieten (=het precies goed raden/doen)
- met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
- maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
- iemand de zwartepiet toespelen (=iemand benadelen)
- iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
- iemand vol lood pompen (=iemand genadeloos neerschieten)
- iemand iets in de maag splitsen/stoppen (=iemand met iets opzadelen)
- geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
- iets op de hals halen (=je met een probleem laten opzadelen)
- je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
- wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
- wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
- je in de vingers snijden (=jezelf (onbedoeld) benadelen)
- je in de eigen voet schieten (=jezelf benadelen)
- de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
- van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
- de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
Eén dialectgezegde bevat `ade`
- ade nie te haug vlig, kan ook nie leig valle (=hoge bomen vangen veel wind) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen