Spreekwoorden met `Zorgen`

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zorgen`

  1. geen dag zonder Zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
  2. geen Zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
  3. geen Zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  4. vreemde Zorgen doden de ezel. (=je kan dingen het beste zelf doen)

39 betekenissen bevatten `Zorgen`

  1. aan de hand doen (=beZorgen)
  2. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je Zorgen over te maken)
  3. elkaar de bal toespelen (=elkaar voordeeltjes beZorgen)
  4. goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor Zorgen dat je mening wordt gehoord)
  5. geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je Zorgen over te maken.)
  6. je hart vasthouden (=ernstig Zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
  7. iemand iets door de neus boren (=ervoor Zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  8. iets in goede banen leiden (=ervoor Zorgen dat iets goed verloopt)
  9. er de angel uittrekken (=ervoor Zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  10. iets aan banden leggen (=ervoor Zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden)
  11. acte de présence geven (=ervoor Zorgen dat je ergens aanwezig bent)
  12. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor Zorgen dat ze ruzie krijgen)
  13. wie dan leeft, wie dan zorgt (=geen Zorgen maken over de toekomst)
  14. eten uit de korf zonder zorg (=geen Zorgen meer hebben over zijn levensonderhoud)
  15. in de knoei zitten (=grote moeilijkheden of Zorgen hebben)
  16. veel koeien, veel moeien. (=hoe meer bezittingen hoe meer Zorgen)
  17. elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen Zorgen en problemen)
  18. elk hart heeft zijn smart. (=iedereen heeft zijn eigen Zorgen om iets)
  19. iemand onder zijn vleugels nemen (=iemand beschermen of verZorgen)
  20. een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de Zorgen van een ander)
  21. iemand een luis in de pels zetten (=iemand last beZorgen)
  22. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te Zorgen dat het mis gaat)
  23. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen beZorgen)
  24. jezelf in acht nemen (=jezelf verZorgen)
  25. iemand beest maken (=kaartspel : Zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
  26. kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen Zorgen voor grote problemen in het geheel)
  27. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet Zorgen maken over de toekomst)
  28. tekortdoen (=niet goed verZorgen, niet genoeg geven)
  29. uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je Zorgen)
  30. om het hart slaan (=schrik beZorgen)
  31. in de watten leggen (=uitzonderlijk goed verZorgen)
  32. op eigen benen staan (=voor jezelf Zorgen; geen hulp nodig hebben)
  33. de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen Zorgen)
  34. een vrolijke frans zijn (=zeer opgewekt en blij zijn zonder Zorgen)
  35. je koren/korentje groen eten (=zich geen Zorgen maken om de toekomst, niet sparen.)
  36. je gat aan de poort vegen (=zich nergens Zorgen om maken)
  37. ergens over inzitten (=zich Zorgen over maken over iets)
  38. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder Zorgen over later)
  39. muizenissen in het hoofd (=Zorgen)

50 dialectgezegden bevatten `Zorgen`

  1. a kas opfrett' n (=zich Zorgen maken) (Ninoofs)
  2. ai j trouwt kom jin de zurrehen en je rik ter noeait mi uut (=Zorgen) (Zeeuws)
  3. aleeft oit de keurf zongder zeurg (=hij heeft geen Zorgen) (Antwerps)
  4. As de kinderen kleinen zijn terten z' op ou tienen, as ze gruêt zijn op ou erte (=Kleine kinderen, kleine Zorgen, grote kinderen, grote Zorgen) (Lokers)
  5. as de wichter groeët zeen, doon zeuj de aojers nao béd (=kinderen Zorgen later voor hun ouders) (Weerts)
  6. as et krievelt moeste krabbe (=als je goesting hebt, moet je Zorgen dat het vanzelf overgaat) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. astë wils dat ët miëlëke blif draeë, moeste zërge dattër genoeg wènd ès (=als je wil dat je goed kan leven, moet je Zorgen voor inkomsten) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. At n hemmel vaalt brekt alle boonnstökke (=als iemand zich onnodig Zorgen maakt) (Twents)
  9. da vraogt veel kopbreekienge (=dat brengt heel wat Zorgen met zich mee) (Kortemarks)
  10. da zien ver dan wol, zaachte blinne (=Zorgen voor morgen komen altijd één dagte vroeg) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. de moes nie altijd zik zin vür baeter te wiëne (=alle Zorgen verdwijnen als de zon weer gaat schijnen) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. die? die vund z'n kaai (=over hem hoef je je geen Zorgen te maken) (Westfries)
  13. diejee ok ge-f wa vor de deur le-ge (=zwaar in de Zorgen zitten) (Oudenbosch)
  14. doet nie vendaog woste mörge ook kons doen (=Zorgen voor morgen komen altijd één dag te vroeg) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. elk huiske hed zun kruiske (=ieder gezin heeft eigen Zorgen en problemen) (Gastels)
  16. elk moet zien eig'n boondjes dopp'm (=elk moet voor zichzelf Zorgen) (Westerkwartiers)
  17. elk moet zien eig'n boontjes dopp'n (=iedereen moet voor zichzelf Zorgen) (Westerkwartiers)
  18. elk moet zien eig'n stroadje schoonveeg'n (=elk moet Zorgen voor zijn eigen zaken) (Westerkwartiers)
  19. emes de vot naodrage (=overdreven Zorgen voor een ander) (Heitsers)
  20. ën érm sjoëp wiët ook gesjoëre onder zëne stat (=iedereen heeft recht op goede Zorgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. erte make de gank, boeëne de klank en oonje de stank (=erwten zetten alles op gang; bonen veroorzaken harde winden en de uien Zorgen voor de onaangename reuk) (Heitsers)
  22. ët zweet brik mich al aut (=ik begin me al Zorgen te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. Ge zoet' er de sessels (=stuipen) van krijgn (=omstandigheden met veel Zorgen (stress) ) (Eekloos)
  24. ge zult em ne gank zien gaon (=hij zal moeten Zorgen dat hij wegkomt) (Kortemarks)
  25. geen kie.nd of kuuke hebbe (=Niemand om voor te Zorgen) (Genneps)
  26. get aan ziene bölles höbbe (=ergens Zorgen over hebben) (Steins)
  27. get oan zëne fits hëbbe (=grote Zorgen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. Gieën vaaf menuute gerust zaan (=Zich Zorgen maken, ongerust zijn) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  29. hij moakt zich d'r dik om (=hij heeft daar Zorgen om) (Westerkwartiers)
  30. hij mokt zich onneudeg zörg'n (=hij maakt zich Zorgen voor niets) (Westerkwartiers)
  31. ijee kiend noch kraai (=hij hoeft voor niemand te Zorgen) (Oudenbosch)
  32. Je Trèkket em Ol Gin Klwutn An (=hij maakt zich geen Zorgen) (Kortrijks)
  33. Je zit èm Ip te Fretten (=hij maakt zich geen Zorgen) (Kortrijks)
  34. khaar eerder zijn motte gaon lope (=ik had moeten Zorgen daar eerder weg te gaan) (Oudenbosch)
  35. kleen kèndër traeë oppët kleed, mér grautë oppët hat (=klein kinderen, kleine Zorgen...grote kinderen, grote Zorgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. Klein kènjer traeë dich oppe sjòlk, groote op 't hart (=Kleine kinderen kleine Zorgen, grote kinderen grote Zorgen) (Sittards)
  37. lat de boer'n mor dössen (=zich nergens Zorgen over maken) (Wichels)
  38. liever schik as un neije boks (=liever plezier dan Zorgen) (Boksmeers)
  39. Maakt oe over morn gien zörngn. (=Maak je geen Zorgen voor de dag van morgen) (Vechtdals)
  40. mètte haan èn zën hoër zitte (=Zorgen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. moak dij doar moar niet dik om (=maak je daar maar geen Zorgen om) (Westerkwartiers)
  42. mürge kump nochne daog (=Zorgen zijn voor morgen) (Bilzers)
  43. pestoeër zaengentj zichzelf ‘t ieërst (=egoïstisch zijn; goed voor jezelf Zorgen) (Heitsers)
  44. pestoeër zéngeltj zich zelf 't ieërst (=goed voor zichzelf Zorgen) (Weerts)
  45. Ten zèemen mee ons ker van 't èes (=Dan zijn we uit de grootste Zorgen) (Wichels)
  46. tès mér ën sjiet ènnen fles (=niets om zich Zorgen om te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. tes ne fliereflutter (=hij maakt zich in niets Zorgen) (Kortrijks)
  48. tlaeve ès te kot vër zene kop te braeke iëver baggetelle (=Zorgen nemen de problemen niet weg, wel je energie) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. unne fakkel in de morge is unne daag zonger zörge (=een joint in de morgen is een dag zonder Zorgen) (Tegels)
  50. van sjaun tëleire alléén konste nie aete (=knappe vrouwen Zorgen niet altijd voor een goede tafel) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen