4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zorgen`
- geen dag zonder Zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
- geen Zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
- geen Zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
- vreemde Zorgen doden de ezel. (=je kan dingen het beste zelf doen)
39 betekenissen bevatten `Zorgen`
- aan de hand doen (=beZorgen)
- geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je Zorgen over te maken)
- elkaar de bal toespelen (=elkaar voordeeltjes beZorgen)
- goed je mondje kunnen roeren (=er goed voor Zorgen dat je mening wordt gehoord)
- geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je Zorgen over te maken.)
- je hart vasthouden (=ernstig Zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
- iemand iets door de neus boren (=ervoor Zorgen dat iemand iets niet krijgt)
- iets in goede banen leiden (=ervoor Zorgen dat iets goed verloopt)
- er de angel uittrekken (=ervoor Zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
- iets aan banden leggen (=ervoor Zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden)
- acte de présence geven (=ervoor Zorgen dat je ergens aanwezig bent)
- een wig drijven tussen twee personen (=ervoor Zorgen dat ze ruzie krijgen)
- wie dan leeft, wie dan zorgt (=geen Zorgen maken over de toekomst)
- eten uit de korf zonder zorg (=geen Zorgen meer hebben over zijn levensonderhoud)
- in de knoei zitten (=grote moeilijkheden of Zorgen hebben)
- veel koeien, veel moeien. (=hoe meer bezittingen hoe meer Zorgen)
- elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen Zorgen en problemen)
- elk hart heeft zijn smart. (=iedereen heeft zijn eigen Zorgen om iets)
- iemand onder zijn vleugels nemen (=iemand beschermen of verZorgen)
- een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de Zorgen van een ander)
- iemand een luis in de pels zetten (=iemand last beZorgen)
- iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te Zorgen dat het mis gaat)
- `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen beZorgen)
- jezelf in acht nemen (=jezelf verZorgen)
- iemand beest maken (=kaartspel : Zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
- kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen Zorgen voor grote problemen in het geheel)
- elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet Zorgen maken over de toekomst)
- tekortdoen (=niet goed verZorgen, niet genoeg geven)
- uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je Zorgen)
- om het hart slaan (=schrik beZorgen)
- in de watten leggen (=uitzonderlijk goed verZorgen)
- op eigen benen staan (=voor jezelf Zorgen; geen hulp nodig hebben)
- de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen Zorgen)
- een vrolijke frans zijn (=zeer opgewekt en blij zijn zonder Zorgen)
- je koren/korentje groen eten (=zich geen Zorgen maken om de toekomst, niet sparen.)
- je gat aan de poort vegen (=zich nergens Zorgen om maken)
- ergens over inzitten (=zich Zorgen over maken over iets)
- van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder Zorgen over later)
- muizenissen in het hoofd (=Zorgen)
50 dialectgezegden bevatten `Zorgen`
- a kas opfrett' n (=zich Zorgen maken) (Ninoofs)
- ai j trouwt kom jin de zurrehen en je rik ter noeait mi uut (=Zorgen) (Zeeuws)
- aleeft oit de keurf zongder zeurg (=hij heeft geen Zorgen) (Antwerps)
- As de kinderen kleinen zijn terten z' op ou tienen, as ze gruêt zijn op ou erte (=Kleine kinderen, kleine Zorgen, grote kinderen, grote Zorgen) (Lokers)
- as de wichter groeët zeen, doon zeuj de aojers nao béd (=kinderen Zorgen later voor hun ouders) (Weerts)
- as et krievelt moeste krabbe (=als je goesting hebt, moet je Zorgen dat het vanzelf overgaat) (Munsterbilzen - Minsters)
- astë wils dat ët miëlëke blif draeë, moeste zërge dattër genoeg wènd ès (=als je wil dat je goed kan leven, moet je Zorgen voor inkomsten) (Munsterbilzen - Minsters)
- At n hemmel vaalt brekt alle boonnstökke (=als iemand zich onnodig Zorgen maakt) (Twents)
- da vraogt veel kopbreekienge (=dat brengt heel wat Zorgen met zich mee) (Kortemarks)
- da zien ver dan wol, zaachte blinne (=Zorgen voor morgen komen altijd één dagte vroeg) (Munsterbilzen - Minsters)
- de moes nie altijd zik zin vür baeter te wiëne (=alle Zorgen verdwijnen als de zon weer gaat schijnen) (Munsterbilzen - Minsters)
- die? die vund z'n kaai (=over hem hoef je je geen Zorgen te maken) (Westfries)
- diejee ok ge-f wa vor de deur le-ge (=zwaar in de Zorgen zitten) (Oudenbosch)
- doet nie vendaog woste mörge ook kons doen (=Zorgen voor morgen komen altijd één dag te vroeg) (Munsterbilzen - Minsters)
- elk huiske hed zun kruiske (=ieder gezin heeft eigen Zorgen en problemen) (Gastels)
- elk moet zien eig'n boondjes dopp'm (=elk moet voor zichzelf Zorgen) (Westerkwartiers)
- elk moet zien eig'n boontjes dopp'n (=iedereen moet voor zichzelf Zorgen) (Westerkwartiers)
- elk moet zien eig'n stroadje schoonveeg'n (=elk moet Zorgen voor zijn eigen zaken) (Westerkwartiers)
- emes de vot naodrage (=overdreven Zorgen voor een ander) (Heitsers)
- ën érm sjoëp wiët ook gesjoëre onder zëne stat (=iedereen heeft recht op goede Zorgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- erte make de gank, boeëne de klank en oonje de stank (=erwten zetten alles op gang; bonen veroorzaken harde winden en de uien Zorgen voor de onaangename reuk) (Heitsers)
- ët zweet brik mich al aut (=ik begin me al Zorgen te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ge zoet' er de sessels (=stuipen) van krijgn (=omstandigheden met veel Zorgen (stress) ) (Eekloos)
- ge zult em ne gank zien gaon (=hij zal moeten Zorgen dat hij wegkomt) (Kortemarks)
- geen kie.nd of kuuke hebbe (=Niemand om voor te Zorgen) (Genneps)
- get aan ziene bölles höbbe (=ergens Zorgen over hebben) (Steins)
- get oan zëne fits hëbbe (=grote Zorgen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gieën vaaf menuute gerust zaan (=Zich Zorgen maken, ongerust zijn) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- hij moakt zich d'r dik om (=hij heeft daar Zorgen om) (Westerkwartiers)
- hij mokt zich onneudeg zörg'n (=hij maakt zich Zorgen voor niets) (Westerkwartiers)
- ijee kiend noch kraai (=hij hoeft voor niemand te Zorgen) (Oudenbosch)
- Je Trèkket em Ol Gin Klwutn An (=hij maakt zich geen Zorgen) (Kortrijks)
- Je zit èm Ip te Fretten (=hij maakt zich geen Zorgen) (Kortrijks)
- khaar eerder zijn motte gaon lope (=ik had moeten Zorgen daar eerder weg te gaan) (Oudenbosch)
- kleen kèndër traeë oppët kleed, mér grautë oppët hat (=klein kinderen, kleine Zorgen...grote kinderen, grote Zorgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Klein kènjer traeë dich oppe sjòlk, groote op 't hart (=Kleine kinderen kleine Zorgen, grote kinderen grote Zorgen) (Sittards)
- lat de boer'n mor dössen (=zich nergens Zorgen over maken) (Wichels)
- liever schik as un neije boks (=liever plezier dan Zorgen) (Boksmeers)
- Maakt oe over morn gien zörngn. (=Maak je geen Zorgen voor de dag van morgen) (Vechtdals)
- mètte haan èn zën hoër zitte (=Zorgen hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- moak dij doar moar niet dik om (=maak je daar maar geen Zorgen om) (Westerkwartiers)
- mürge kump nochne daog (=Zorgen zijn voor morgen) (Bilzers)
- pestoeër zaengentj zichzelf ‘t ieërst (=egoïstisch zijn; goed voor jezelf Zorgen) (Heitsers)
- pestoeër zéngeltj zich zelf 't ieërst (=goed voor zichzelf Zorgen) (Weerts)
- Ten zèemen mee ons ker van 't èes (=Dan zijn we uit de grootste Zorgen) (Wichels)
- tès mér ën sjiet ènnen fles (=niets om zich Zorgen om te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
- tes ne fliereflutter (=hij maakt zich in niets Zorgen) (Kortrijks)
- tlaeve ès te kot vër zene kop te braeke iëver baggetelle (=Zorgen nemen de problemen niet weg, wel je energie) (Munsterbilzen - Minsters)
- unne fakkel in de morge is unne daag zonger zörge (=een joint in de morgen is een dag zonder Zorgen) (Tegels)
- van sjaun tëleire alléén konste nie aete (=knappe vrouwen Zorgen niet altijd voor een goede tafel) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen